De heilige Maria stamt af van de heilige profeten Davut (David) en İbrahim. Ze werd gekend omwille van haar vooraanstaande deugdzaamheid, godsdienstigheid en godsvrees.

İmran (vader van Maria) en zijn echtgenote Hanna (moeder van Maria) wilden heel graag een kind maar waren te oud. Toch heeft Allah hun gebeden aanhoord en hen een kind geschonken. Hanna en haar man waren uitzinnig blij met dit nieuws en geloofden dat dit een wonderlijk kind moest zijn. Hierop bad Hanna uit dankbaarheid als volgt: 

''Mijn God, dit kind heb ik aan U gewijd zodat het enkel en alleen U zal dienen. Neem dit van mij aan.'' 1

Een meisje werd geboren en ze noemden haar Maria (Meryem). 

In die tijd was het in het jodendom verboden voor vrouwen om in gebedshuizen te bidden en de Thora te lezen. Dus het was problematisch om een vrouw in dienst te nemen in een gebedshuis. 

Om haar belofte waar te maken, bracht Hanna haar baby naar het gebedshuis en Maria werd als beschermelinge van haar schoonbroer Zekeriyya toegelaten in het gebedshuis. 

Het leven van Maria verliep tot haar 14de onder het toezicht van de heilige Zekeriyya die tevens haar onderrichtte. Overdag deed ze dienst in het gebedshuis en de rest van haar tijd wijdde ze aan bidden. Ze voedde zich met voedsel dat Allah haar op miraculeuze wijze toezond. 2

De blijde verwachting van de heilige Maria:

Op één van de dagen waarop Maria zich aan haar gebeden wijdde in het gebedshuis verscheen de engelGabriël(Cebrail) in menselijke gedaante en gaf haar de blijde boodschap dat ze een kind zou krijgen als een schenking van Allah.  Hier reageerde Maria zeer verbaasd op. Wat er zich tussen haar en de engel Gabriël verder afspeelde, wordt in de soera Maria in de Koran als volgt vermeld:

Wij hebben haar Gabriël gezonden, die volledig als een mens aan haar verscheen. 

Maria zei ''Moge de Genadige mij van jou behoeden. Als je Allah vreest, deer mij niet''.

De engel zei ''Ik Gabriël ben slechts een gezant van Allah. Ik ben gezonden om jou een puur kind te schenken.'' 

Maria zei ''Hoe kan ik een kind krijgen terwijl geen mens mij ooit heeft aangeraakt en ik geen ondeugdzame ben?''.

Gabriël antwoordde ''Ja, dat is zo. Mijn god zegt: Dat is voor mij heel gemakkelijk. We hebben hem op deze manier geschonken opdat hij een wonder voor de mensen en een genade van onzerzijds zou zijn...'' 3

De zwangere Maria leefde teruggetrokken van de mensen en zette haar gebeden aan Allah voort. Ze vroeg om hulp voor wat ze na de bevalling zou meemaken. Na de bevalling keerde ze met haar baby terug. Allah beval haar te zwijgen (het vasten van stilte). In haar plaats heeft de heilige baby Jezus (Isa) in haar schoot gesproken. Zo werd zowel Maria vrijgesproken en vond er een mirakel plaats. 

Dit voorval en het spreken van de heilige Jezus (Isa) in de wieg wordt in de Koran verhaald:

Ze kwam met haar baby in haar armen naar haar volk. Zij zeiden: "O Maria! Jij hebt iets zeer verachtelijks gedaan!"

"O zuster van Haroun! Jouw vader was geen slechterik en je moeder was geen ondeugdzame."

Hierop heeft Maria gewezen op de baby zodat ze met hem zouden praten. Ze zeiden "Hoe gaan we spreken met een baby?".

De baby (Jezus) sprak: "Voor waar, ik ben een dienaar van Allah. Hij heeft mij het boek gegeven (bijbel) en mij een profeet gemaakt."

"Waar ik ook ben, Hij heeft mij gezegend en heeft mij het gebed en de aalmoes levenslang bevolen."

"Hij heeft mij gehoorzaam aan mij moeder gemaakt, geen opstandige verzetter."

"Mij is het welzijn geschonken op de dag dat ik geboren ben, de dag dat ik zal sterven en de dag dat ik zal herrijzen." 4

De heilige Maria en haar zoon, de heilige Jezus zijn net als andere mensen. Allah geeft in de Koran aan dat wie aan Maria en Jezus bovenmenselijke eigenschappen toeschrijft een grote vergissing begaat:

''Ik zweer dat diegenen die zeggen “God is de Messias, zoon van Maria” ongetwijfeld ongelovig zijn geworden...'' 5 ''Zijn moeder (van Jezus) Maria was een heel oprechte, zeer deugdzame vrouw. Beiden waren mensen die aten en dronken...'' 6

Toen Allah vroeg: "O Jezus, zoon van Maria, heb jij de mensen verteld om jou en je moeder als twee goden te aanbidden en Allah de rug toe te keren?" 

"Ik verzeker je, mij past het niet om uitspraken te doen waar ik geen recht op heb..." 7

Deze verzen tonen aan dat Maria eerlijk en deugdzaam was, en tevens dat beiden dienaren van Allah waren net als andere mensen.

De vermelding ''die aten en dronken'' in de vers wijst erop dat ze menselijke eigenschappen hadden zoals zwakheid, hulpeloos en sterfelijkheid. Want eten en drinken is hier een kenmerk van. Zo wordt erop gewezen dat zij geen goddelijke eigenschappen kunnen toegeschreven worden. 

De dood van de heilige Maria:

Het leven van Maria kwam ongeveer 4 jaar na de ten hemel opstijging van haar zoon ten einde. Volgens de Islam is de profeet Jezus niet gestorven aan het kruis in tegenstelling tot de andere godsdiensten, maar is hij door Allah in de hemel opgenomen. Tot haar dood hield zij zich bezig met aanbidding. De heilige Maria behoort samen met Asiye, Hatice en Fatıma tot de meest deugdzame en godsdienstige vrouwen. 8 Er is geen betrouwbare informatie over haar eeuwige rustplaats. 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, Ali İmran (İmrans-mensen), 3/35.
  2. De Heilige Koran, Ali İmran (İmrans-mensen), 3/37.
  3. De Heilige Koran, Maryam (Maria), 19/17-21.
  4. De Heilige Koran, Maryam, (Maria), 19/22-33.
  5. De Heilige Koran, Maidah (De Tafel), 5/17.
  6. De Heilige Koran, Maidah (De Tafel), 5/75.
  7. De Heilige Koran, Maidah (De Tafel), 5/116.
  8. Hadith, İbn Hanbel, 5/113/hno:2957; Nesai, hno:8299.