Reïncarnatie of wedergeboorte is een religieuze opvatting of bijgeloof dat de ziel na de dood herboren wordt in een ander levend wezen. Volgens dit geloof kunnen zielen blijven voortbestaan door te verhuizen van lichaam naar een ander menselijk of dierlijk lichaam, naargelang hun verlangens, de activiteiten die zij in het verleden hebben gedaan en naargelang hun verwantschap. Deze opvatting die haar oorsprong vindt in Egypte, bereikte uiteindelijk alle delen van de wereld. In onze tijd zijn er nog altijd veel aanhangers van dit bijgeloof. Het is het meest bekend als behorend tot het hindoeïsme en boeddhisme. Daarnaast komt het ook voor bij sommige indiaanse religies van Noord- en Zuid-Amerika.

Mensen die zich wenden tot deze overtuiging denken hiermee hun natuurlijk verlangen naar een eeuwig leven te kunnen bevredigen.  Er is geen enkele wetenschappelijke basis voor het idee van reïncarnatie. Van de kleinste korrel tot de sterren wijst alles in het universum een God aan. Het feit dat alle atomen en alle wezens in het universum bewegen en functioneren volgens een perfecte orde en wijsheid zonder een seconde af te wijken, betekent dat zielen en lichamen niet doelloos kunnen zijn en niet strijdig kunnen zijn met deze orde. Hierbij verwerpt de islam het idee van reïncarnatie. 

Zou Allah, Die de aarde en de hemelen heeft onderworpen aan de mens, Die hem in de perfecte vorm en met de ruimste vaardigheden heeft geschapen, de waardigheid van de mens onteren door hem in de lijven van muizen, honden, slangen en apen te laten dolen? Zou Zijn rechtvaardigheid en wijsheid, Zijn genade en barmhartigheid dit toelaten? De mens is geschapen om Allah te leren kennen en te aanbidden om vervolgens de hemel te verdienen om daar een eeuwig leven te leiden. Daarom is hij het meest vooraanstaande wezen. Alle planten en dieren zijn in dienst van de mens. Bomen schieten hem te hulp met hun vruchten, koeien met hun melk en runderen met hun vlees. Uiteraard moet de mens een hoger en belangrijker doel hebben dan dit universum. Aldus is de gedachte van reïncarnatie in tegenspraak met deze hoge waardering van de mens.

Reïncarnatie is ook tegenstrijdig met de verbintenis van beloning en bestraffing van Allah. Het resultaat van Zijn geboden en verboden zal zich zeker voordoen. Hij heeft de gelovigen de hemel belooft en Hij zal zijn belofte vervullen. Kwaadaardige mensen, ontkenners en onderdrukkers zal Hij bestraffen. Daarnaast is dit bijgeloof beslist ook tegenstrijdig met het profetendom en de openbaring van de goddelijke boeken. Als zielen geen doel zouden hebben dan was het niet nodig om profeten en heilige boeken te sturen. De grootste boodschap van profeten na het bestaan en de eenheid van God, is het bestaan van het hiernamaals. 

Het bestaan van het hiernamaals wordt meermaals bevestigd in de Koran. Hierbij wordt het geloof in reïncarnatie tenietgedaan.

“Totdat tot één van hen de dood komt, dan zegt hij: “Mijn Heer, zend mij terug. Hopelijk kan ik dan goede werken verrichten voor ik heb nagelaten.” Nee! Het is slechts een woord dat hij spreekt.1

“En als jij hen eens kon zien, wanneer zij voor het Vuur worden gebracht! Zij zeggen dan: “O, werden wij maar teruggezonden, dan zouden wij de tekenen van onze Heer niet meer loochenen en zouden wij tot de gelovigen behoren.”2

“...wanneer hij de bestraffing ziet: “Had ik maar een kans (om terug te gaan naar de aarde en) te behoren tot de goeddoeners.”3

“Degenen die (de kwaadwilligen) gevolgd hebben, zeggen: “Bestond er voor ons nog maar een keer (een mogelijkheid om naar de wereld terug te keren), dan zouden wij afstand van hen nemen, zoals zij ook afstand van ons hebben genomen.” Op deze wijze doet Allah hun hun daden inzien, in de vorm van intens berouw. En er is geen sprake van dat ze uit het Vuur geraken.”4

De Koran is een betrouwbare boek dat de mensen beschermt tegen valse overtuigingen.  Wie in God gelooft kan het idee van reïncarnatie onmogelijk accepteren


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, Al-Mu-minun (De Gelovigen) 23/99-100.
  2. De Heilige Koran, Al-An-am (Het Vee) 6/27-28.
  3. De Heilige Koran, Az-Zumar (De Drommen) 39/58.
  4. De Heilige Koran, Al-Baqarah (De Koe) 2/167