Onder de dood verstaan we scheiding van lichaam en ziel; een reis van de wereld naar het graf. De ziel die afstand genomen heeft van het lichaam, maakt kennis met een ander leven genaamd het grafleven. De mens zal in dit nieuwe leven ondervraagd worden (over het geloof) door de engelen Moenkar en Nakir. 1

Het grafleven dient als een brug tussen het wereldse leven en het hiernamaals. In het Arabisch wordt het grafleven “Âlemoe’l-Berzah” genoemd, ofwel de tussenwereld. De wereld van Berzah is een wachtruimte tussen de wereld en het hiernamaals. De zielen wachten daar op de Dag des Oordeels en de wederopstanding. De ontmoeting met de engelen Moenkar en Nekir, het eerste oordeel, de eerste bestraffing en de eerste beloning zullen hier plaatsvinden. Berzah is volgens de beschrijving van de overlevering van profeet Mohammed: “Of een tuin van de paradijselijke tuinen of een krater van de helse kraters.” Hieruit kunnen we afleiden dat iedereen dit grafleven anders ervaart. Bijvoorbeeld martelaars brengen dit leven door zonder te beseffen dat ze dood zijn. 2

In de tussenwereld zal de ziel bevrijdt worden van lichamelijke gevangenschap en krijgt het in zekere mate meer vrijheid. In het lichaam heeft de ziel behoefte aan ogen om te kunnen zien, oren om te kunnen horen, hersenen om te kunnen denken enzovoort. Door middel van de dood, zal de ziel net zoals in dromen, niet meer afhankelijk zijn van die instrumenten om te kunnen zien, horen en denken. De ziel zal bekleed worden met een soortgelijk lichaam ofwel zal het gewikkeld zijn in elegante kledij geschikt voor het grafleven.

Het leven in het graf wordt vervolgd door de wederopstanding. Tijdens de wederopstanding keert de ziel terug naar haar lichaam dat herschapen zal worden. Vervolgens zal die op de Dag des Oordeels berecht worden voor al haar daden die zij verricht heeft op deze wereld. Genot en pijn worden op deze plaatsen zowel door het lichaam als de ziel ervaren, net zoals op aarde. Hierna volgt de eeuwige hemel of hel. Het lichaam zal echter een vorm krijgen dat bij hem past; zoals een zaad uitbloeit tot een boom, zo zal het wereldse lichaam uitbloeien tot een lichaam dat bij hem past in het hiernamaals. 

 


 

 

 


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. Hadith, Tirmizi, Al-Janaa'iz (De Begrafenis) 70.
  2. De Heilige Koran, Baqarah (De Koe) 2/154.