Allah weet uiteraard alles, daarmee dus ook de daden die de mensen (zullen) verrichten. Om als getuige te dienen, laat Allah de engelen zowel de goede als de slechte daden noteren. Zo zal alles wat de mens doet in het hiernamaals als getuige en tevens als resultaat van onze daden voor ons verschijnen. De volgende verzen in de Koran zeggen het volgende hierover:

“Op de Dag waarop iedere ziel zal aantreffen wat zij aan goeds heeft gedaan. En wat zij aan slechts heeft gedaan, daarvan wenst zij dat er tussen haar en deze (d.w.z. de slechte daden) een grote afstand zal zijn. En Allah waarschuwt jullie voor Zichzelf en Allah is Meest Zachtaardig voor de dienaren.”1

Een ander vers legt dit als volgt uit:

“En Wij hebben voor ieder mens zijn (voorbestemde) daden om zijn nek vastgemaakt. En op de Dag der Opstanding zullen Wij voor hemeen Boek tevoorschijn brengen, dat hij wijd open(geslagen) zal aantreffen. (Er zal tegen hem gezegd worden:) “Lees jouw boek.” Jouw ziel volstaat op deze Dag als berekenaar tegen jou.”2


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, Ali-Imran (Imrans Mensen) 3/30.
  2. De Heilige Koran, Al-Isra (De Nachtreis) 17/13-14.