Qibla betekent in het Arabisch ‘richting’. Tijdens het bidden oriënteren moslims zich in de richting van de Kaaba1. Dit is waar de moslims zich naar toe richten. Zeventien maanden lang na de emigratie naar Medina, bad profeet Mohammed eerst richting de Al-Aqsa moskee in Jeruzalem, Palestina. Deze richting werd later door Allah door de volgende soera (hoofdstuk uit de Koran ) veranderd naar de Kaaba.

“Voorzeker, Wij hebben gezien hoe jouw gezicht zich tot de hemel wendde. Daarom wenden Wij jou naar een Qibla die jou welgevallig is. Wend jouw gezicht richting al-Masdjid ul-Haraam (de gewijde moskee in Mekka). En waar jullie je ook bevinden, wend jullie gezichten in die richting (…)”2

Het is een verplichting om richting de Kaaba te bidden. Als er niet richting de Kaaba wordt gebeden en/of wanneer iemand zich tijdens het gebed afwendt van de Kaaba, wordt het gebed ongeldig. Wanneer men niet exact weet in welke richting hij behoort te bidden, dan dient hij dit eerst te onderzoeken. Indien hij ondanks zijn onderzoek toch fout is qua richting, is het gebed nog altijd geldig omdat hij alle middelen heeft toegepast en het maximale eruit heeft proberen te halen om de richting te vinden.

Wanneer een moslim tijdens zijn smeekbeden en daden zich tot Allah richt, toont hij aan dat hij de tevredenheid van Allah wil bereiken. Zo ook behoort men zich tijdens sommige daden zich van de Kaaba af te keren; bijvoorbeeld het doen van je behoefte op het toilet.

Wanneer iemand wordt begraven, dient zijn lichaam ook tot de Kaaba gericht te zijn. Dit dient ook te gebeuren wanneer een dier geslacht wordt. 

Eén van de belangrijkste wijsheden dat er maar één Qibla is, is de éénheid onder de moslims. Eén Qibla zorgt ervoor dat de onderlinge onenigheid opgeheven wordt en dat in samenhorigheid smeekbeden verricht kunnen worden. Om deze reden is een Qibla aangewezen en is het verplicht dat hier rekening mee gehouden wordt.


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. Kaaba is het centrale heiligdom van de islam en het staat in de Grote Moskee in het bedevaartsoord Mekka.
  2. De Heilige Koran, Al-Baqarah (De Koe) 2/144.