De heilige Koran is gezonden naar profeet Mohammed en zijn taal was Arabisch. Als de Koran in een andere taal gezonden zou worden, zou de nobelste gezant van Allah dit niet begrijpen. Hoe zou de profeet zijn taak als boodschapper kunnen volbrengen als hij zelf de boodschap niet begrijpt? De volgende verzen zijn zeer verhelderend:

“En Wij hebben geen boodschapper gestuurd, behalve met de tong (d.w.z. de taal) van zijn volk, opdat hij (de boodschap) aan hen duidelijk maakt (…).”1

“En als Wij deze Koran in een niet-Arabische taal hadden neer gezonden, dan hadden zij zeker gezegd: “Waren de Verzen ervan maar uiteengezet (in onze taal). (En dit Boek is) in een niet-Arabische taal (geopenbaard), (terwijl degene) aan (wie het geopenbaard is) een Arabier (is).”2

Net zoals andere heilige geschriften was het voor de Koran noodzakelijk om naar een bepaalde plaats gezonden te worden. Het is tegen de wetten van Allah in om een geschrift in alle talen naar alle volkeren te zenden. Net zoals het Oude Testament in de taal van het volk (Hebreeuws) is gezonden, is de Koran in de taal van het volk (Arabisch) gezonden.

Wat de Koran onderscheidt van andere heilige geschriften is de expressiviteit en de bewoording welk een wonder op zich zijn. Opdat de eerste lezers van de Koran de buitengewone welbespraaktheid en uitzonderlijke zeggingskracht konden begrijpen, heeft de Arabische taal met goddelijke wijsheid door de eeuwen heen, onderscheidend van andere talen, een diepgang, uitgebreidheid en omvangrijkheid in de welspraak bereikt. 

In deze context zijn de Arabieren (met goddelijke wijsheid) voorbereid als een ongeletterd volk dat niet kon schrijven, waardoor ze genoodzaakt werden om hun historische gebeurtenissen en trots in hun geheugens te graveren. 

Om hun geschiedenis in hun geheugens te graveren, was het noodzakelijk voor hen om gebruik te maken van stijlfiguren zoals: allegorieën3, metaforen4, asyndetische5 vergelijkingen en metonymieën6. Dit systeem heeft ervoor gezorgd dat de dichtkunst en welbespraaktheid over de gehele mensheid bij de Arabieren een uniek hoogtepunt had bereikt. Hierdoor konden de Arabieren begrijpen dat de Koran een bovenmenselijk woord is. 

Dit is ook de reden geweest waarom honderdduizend mensen gingen knielen voor de zeggingskracht van de Koran. De overgrote meerderheid kon de unieke stijl van de Koran niet weerstaan en bekeerde zich tot de islam. Zelfs degenen die om politieke, sociale, culturele of economische redenen oren voor de waarheid gesloten hadden, hadden de schoonheid van deze unieke stijl toegegeven. Om de weg van afgoderij van hun voorouders te blijven volgen, heeft men dit wonder van de Heilige Koran ‘magie’ genoemd. Op deze manier hebben ze de schoonheid van de Koran proberen te weerleggen.

Uit het bovengenoemde blijkt dat een van de wijsheden waarom de Koran in het Arabisch is gezonden: de bijzondere positie van de Arabische taal is. Deze taal bezit de capaciteit om de wijze, spirituele en linguïstische wonderen van de Koran uit te drukken.

Omdat de Koran een universele openbaring is en de gehele mensheid aanspreekt tot aan de Dag des Oordeels, is de taalfunctie van groot belang. Het Arabisch is een zeer brede taal waarmee je met enkel een woord naar verschillende betekenissen kunt verwijzen en dus met weinig woorden veel kunt uitdrukken. Het bezit de zeer fijne esthetische kunst van taal waarmee allerlei verschillende schrijfstijlen weergegeven kunnen worden. 

Dit heeft het Arabische taal tot een waardige status gebracht om de taal voor de wereldboodschap te worden, aldus de Heilige Koran.

Ten slotte dient men niet te vergeten dat in welke taal de Koran ook gezonden zou zijn, dezelfde vraag gesteld zou worden. Echter is het noodzakelijk dat een openbaring in een taal gezonden moet worden die door de mensen in dat gebied gesproken wordt.


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, Ibrahim (de Profeet Abraham) 14/4.
  2. De Heilige Koran, Fussilat (Duidelijk Uitgelegd) 41/44.
  3. Verhaal of afbeelding waarin abstracte begrippen worden voorgesteld als personen.
  4. Beeldspraak gebaseerd op vergelijking, waarbij een woord in een niet-letterlijke betekenis wordt gebruikt.
  5. Vorm van beeldspraak waarbij het object en het beeld zonder het verbindingswoord (sydeton) ‘als’ naast elkaar worden geplaatst.
  6. Is een bepaalde stijlfiguur waarbij je niet rechtstreeks zegt wat je bedoelt, maar een woord gebruikt dat daarmee te maken heeft.