Noer (licht) is een van de namen van Allah. Van stralende engelen, het zonlicht tot aan alle lichtstralen die dit universum vullen, dragen de attributen van deze naam in vele verschijningsvormen. Het oog van de mens ziet in deze wereld alleen het materiële. De mens kan noch zijn eigen ziel, noch engelen, noch andere verlichte werelden zien. Om met het oog, de Schepper van alle verlichte creaties hopen te zien, gaat op zijn minst in tegen de natuurwetten. Een voorbeeld hiervan is gegeven in hoofdstuk zeven van de Koran1.

Een ander aspect van dit onderwerp is dat deze wereld een beproeving is voor de mensen. Het zien van Allah gaat niet samen met de beproeving in deze wereld. De redenen dat de mens op aarde is gestuurd, zijn het kennen van Allah en Hem aanbidden. Hierbij is het belangrijk om te onthouden dat Allah ons niet dwingt om naar Hem toe te komen of ons te onderwerpen aan wat Hij heeft bevolen.

Dit betekent dat we steeds de keuze hebben. Een van de belangrijke aspecten hiervan is dat Allah het nooit zo vanzelfsprekend maakt dat er geen sprake meer zou zijn van vrije keuze. Dus, gedurende het hele leven van een mens heeft hij de mogelijkheid zich af te keren van het kwaad en ervoor te kiezen Allah volgens Zijn wensen te vereren. Tegelijkertijd heeft uiteraard iedereen de mogelijkheid om zich af te keren van de rechtleiding. 

Als het mogelijk was om Allah met het oog te zien, dan zou iedereen (gewild of ongewild) in Allah moeten geloven en zou er geen sprake meer zijn van een beproeving op deze wereld. De tegenslagen en beproevingen die we van Allah ontvangen, worden in Zijn boek de edele Koran opgesomd.

De Koran vermeldt een beloning voor het geloof en voor iedere goede daad. Indien Allah zichtbaar zou zijn voor het menselijke oog, zou de mens geen enkele eer of beloning verdienen voor het geloven in Hem, of voor het verrichten van een goede daad. Wij zien dat veel mensen bij aanwezigheid van een politieagent de wet nauwgezet naleven. Dit maakt hen echter niet tot rechtschapen burgers.


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, Al-A-Raf (De Kantelen) 7/143.