Prof. Dr. Ibrahim Özdemir geeft in zijn boek Postmoderne Ideeën in het hoofdstuk ‘Het broederschap van Moslims met mensen’ voorbeelden van de toepassing van de islam weer. Ligt de vrede die de mensheid zoekt in de islam?

Volgens de Koran is de mens de meest geëerde creatie. Hij is op aarde de leider van de schepselen. Daarom is er veel aandacht geschonken aan de mens en is hij geëerd. Het doden van een onschuldige persoon, is gelijkgesteld aan het doden van de gehele mensheid. Profeet Mohammed (vrede zij met Hem) had ook voor de niet-islamitische begrafenissen respect en heeft aangetoond dat het mens-zijn, eerder komt dan het toebehoren tot een bepaald geloof. De traditie dat de moslims met respect omgaan en in dialoog gaan met andere geloofsaanhangers, komt voor een groot aandeel voort uit deze gedachtegang..

Aan de andere kant hebben de moslims nooit andersgelovigen -zelfs toen moslims de macht hadden over politiek en economie- gedwongen om van geloof te veranderen en te bekeren tot de islam. De Koran vermeldt immers:

“Er is geen dwang in de godsdienst (…).”1

Hierdoor zijn de mensen, in de door moslims veroverde landen, niet onderdrukt, maar vrijgelaten in hun geloof en religie op voorwaarde dat ze een soort belasting zouden betalen.

Omdat dwang tegen de kern van het geloof ingaat, was er vanaf de eerst dag dat de islam is verkondigt hier geen plaats voor. Om deze reden is dit aan de profeet in het volgende vers duidelijk gemaakt: 

“O Boodschapper, verkondig dat wat door jouw Heer aan jou is neer gezonden (…).”2

De manier van verkondigen van profeet Mohammed zijn uiteraard vastgesteld binnen het kader van de principes in de Koran. Zoals bekend heeft de profeet na zijn emigratie van Mekka naar Medina samen geleefd met de joden. De profeet heeft zijn relatie met de joden door middel van een stuk tekst schriftelijk vast laten leggen. Tevens heeft de profeet de gezaghebbenden in Medina bij elkaar geroepen en een stelsel voor de stad opgesteld; dit werd ook als de eerste grondwet geaccepteerd. 

In deze grondwet die uit ongeveer vijftig wetten bestond, stond ook vermeld dat de joden en hun bondgenoten in volledige vrijheid konden leven.

“Het geloof van de moslims is voor henzelf, het geloof van de joden is voor henzelf.” 

Het gebied Najran, dat in het zuiden van Mekka ligt, was het christelijke centrum van de Hidjaz (een gebied in het westen van Saoedi-Arabië). In zijn verdrag met de mensen van Najran werd vastgesteld dat zowel zij verzekerd waren van hun levens, goederen en vrijheid in hun geloof als hun tempels en dat hun religieuze leiders onaantastbaar waren.


 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, Al-Baqarah (De Koe) 2/256.
  2. De Heilige Koran, Al-Ma-idah (De Tafel) 5/67.