De vragen hoe het universum waarin we ons bevinden ontstaan is, waar het naar toe gaat en hoe de wetten, de orde en het evenwicht zich handhaven, hebben de mensen van ieder tijdperk beziggehouden. Wetenschappers en geleerden hebben ontelbare onderzoeken verricht over dit onderwerp en hebben verscheidene theorieën ontwikkeld.

Tot het begin van de 20ste eeuw dacht men dat het universum een statisch universum was. Dit hield in dat men vroeger geloofde dat het universum altijd al bestond en eeuwig was en dus ook geen begin en geen einde had. Deze visie vormde de grondslag voor de materialistische filosofie die zich verzette tegen het duidelijk bestaan van een Schepper en beweerde dat het universum een constante, stabiele en een onveranderlijke verzameling van materie was. 

Materialisme is de filosofie met een gedachtegang die materie ziet als een absoluut iets en het bestaan van al het andere ontkent. Deze denkwijze had zijn wortels in het Oude Griekenland, maar de steeds toenemende aanvaarding begon in de 19de eeuw. Deze denkwijze werd vooral bekend gemaakt door het dialectisch materialisme van Karl Marx.

In zijn boek Principes Fondamentaux de Philosophie, beweerde George Politzer1 aangaande de basis van dit model van het heelal, dat het universum ‘een niet-gecreëerd iets is’ en voegde hierbij het volgende toe:

“Als het heelal geschapen zou zijn, zou het onmiddellijk gecreëerd zijn door God en tot bestaan zijn gebracht uit het niets. Om de Schepping te erkennen, moet diegene allereerst ook het bestaan erkennen van een moment dat het universum niet bestond, en dat iets uit het niets is ontstaan. Dit is een bewering die de wetenschap niet kan aanvaarden.”

Toen Politzer stelde dat het universum niet gecreëerd is uit het niets, berustte hij zich op het static universe model uit de 19de eeuw. Hierbij dacht hij een wetenschappelijke bewering gemaakt te hebben.

Nu de wetenschap een stuk gevorderd is, heeft men het tegendeel kunnen aantonen met de meest geavanceerde technologische instrumenten die we nu voor handen hebben.

We spreken van verschillende theoretische ontdekkingen die zijn gedaan vanaf ongeveer het jaar 1929. We spreken hier over de ontdekking van de 'Big Bang' ofwel de 'Oerknal'. Door middel van hypermoderne apparatuur heeft men deze wonderbaarlijke ontdekking kunnen doen. 

In 1929, in het Mount Wilson Observatory in de Amerikaanse staat Californië maakte de Amerikaanse astronoom Edwin Hubble2, één van de meest spectaculaire ontdekkingen in de geschiedenis van de astronomie. Terwijl Edwin de sterren observeerde met de ruimtetelescoop Hubble, ontdekte hij een verschuiving in het licht van de sterren. Anders gezegd, verschoof het licht van deze sterren naar het rode gedeelte van het spectrum en deze verschuiving was groter naarmate de ster verder van de aarde verwijderd was. Dit betekent dat de sterren van ons af bewegen.

Niet veel later ontdekte Hubble nog iets belangrijker: sterren en melkwegstelsels bewegen zich niet alleen weg van ons, maar ook van elkaar. De enige conclusie die hieruit kan worden getrokken is, dat het universum waarin alles van elkaar vandaan beweegt, steeds “expandeert”.

"Zien de verloochenaars dan niet dat terwijl de hemelen en aarde in het begin een eenheid vormden Wij ze van elkaar hebben doen scheiden en alle wezens schiepen uit water? Zullen zij nog steeds niet geloven?"3

Om dit beter te begrijpen, kan men het universum inbeelden als het oppervlak van een ballon die wordt opgeblazen. Net zoals de punten van het ballonoppervlak van elkaar af bewegen als je de ballon opblaast, bewegen op die manier ook de objecten in de ruimte van elkaar af, als de ruimte blijft uitzetten. 

In principe was dit al een tijdje geleden voor Hubble theoretisch ontdekt door Albert Einstein, de grootste wetenschapper van zijn eeuw. Einstein concludeerde na berekeningen dat het heelal niet stabiel kon zijn. Echter, om niet tegenstrijdig te zijn met het toen algemeen geaccepteerde static universe model legde hij zijn bevinding terzijde. Later zou Einstein toegeven dat deze beslissing de grootste fout van zijn carrière was. Vervolgens werd de theorie van Einstein bewezen door observaties van Hubble en werd het een aanvaard feit dat het universum uitzet.

Wat is voor het bestaan van het heelal nu belangrijk aan het feit dat het heelal expandeert?

Het uitzetten van het universum impliceert, dat wanneer men in de tijd terugreist, het universum zou aantonen dat het oorspronkelijk ontstaan is uit één enkel punt. De berekeningen laten zien dat dit enkele punt, dat alle materie van het universum bevatte, een volume van nul en een oneindige dichtheid had. Het heelal is door een explosie van dit punt met nul volume ontstaan. Deze grote explosie die het begin van het heelal aangeeft, kreeg de naam Big Bang (de oerknal) en zo werd de theorie genaamd.

Hierbij moet men vermelden dat het nul volume een theoretische uitdrukking is. De wetenschap kan het begrip, dat buiten het bevattingsvermogen van de mens ligt, niet definiëren en alleen maar benoemen als een punt met nul volume. In feite betekent een punt zonder volume, het niets. Het universum is iets geworden uit het niets. Met andere woorden, het is geschapen.

"Allah heeft de hemelen en de aarde geschapen."4

We zullen hier de term Big Bang blijven gebruiken, aangezien er geen ander aannemelijker bewijsstuk bestaat wat aantoont dat het begin van het universum op deze manier in het bestaan is getreden. 

De Big Bang theorie toont aan dat in het begin alle objecten in het heelal, één deel waren en toen zijn gescheiden. Dit feit dat door de Big Bang theorie is onthuld, was al veertien eeuwen geleden verklaard in de Koran, toen de mens nog een heel beperkte kennis had over het universum:

"Zien de verloochenaars dan niet dat terwijl de hemelen en aarde in het begin een eenheid vormden Wij ze van elkaar hebben doen scheiden en alle wezens schiepen uit water? Zullen zij nog steeds niet geloven?"5

Zoals aangegeven in deze vers, is alles, zelfs de hemelen en de aarde die nog niet geschapen waren, met de Big Bang (met de oerknal, vanuit dat ene punt) geschapen en gevormd tot het huidige universum, door scheiding van elkaar. Als men de verklaring van deze vers uit de Koran vergelijkt met de Big Bang theorie, ziet men dat er tussen deze twee een perfecte harmonie is, ondanks dat de Big Bang pas in de twintigste eeuw als een wetenschappelijke theorie werd geïntroduceerd. 

Het uitzetten van het heelal is één van de meest belangrijke bewijzen dat het heelal is geschapen uit het niets. Hoewel dit feit sinds het begin van de schepping van het heelal constant aanwezig was, is dit pas in deze eeuw door de moderne wetenschap ontdekt. Terwijl Allah (Geprezen en Verheven is Hij) ons over deze realiteit in de Koran al 1400 jaar geleden geïnformeerd heeft:

"Wij hebben de hemelen gebouwd met extreme energie en zonder twijfel 
zijn Wij diegenen die hem uitdijen."6

Zoals duidelijk te zien is, bewijst de Big Bang theorie dat het universum uit het niets is geschapen. Dit wil zeggen dat het gecreëerd is door Allah.Met de overwinning van de Big Bang is de ‘eeuwige materie’, wat de grondslag was voor de materialistische filosofie, verleden tijd geworden. Wat was er dan voor de Big Bang en wat was die kracht die het heelal tot iets bracht met deze grote explosie toen er nog niets bestond?

De bekende atheïstische filosoof Anthony Flew7 zegt het volgende over dit onderwerp:

Men zegt dat het toegeven ten goede komt voor de ziel van de mens. Ik wil dan ook een bekentenis afleggen. Het Big Bang model is vanuit het perspectief van een atheïst verontrustend. Want de wetenschap heeft een bewering bewezen dat door de geloofsbronnen wordt verdedigd. Namelijk dat het heelal een begin heeft.

Vele wetenschappers die zich niet blindelings bestempelen als atheïsten bevinden zich in een situatie dat ze moeten accepteren dat een Schepper bestaat die beschikt over een oneindige macht en kracht voor het scheppen van het heelal. Deze Schepper heeft de tijd en de materie geschapen. Met andere woorden, het moet een wezen zijn die onafhankelijk is van tijd en materie.

De beroemde Amerikaanse astronoom Hugh Ross8 verklaart deze realiteit als volgt: 

Wanneer tijd en materie gelijktijdig met de explosie tot stand zijn gekomen, dan moet de oorzaak die het heelal tot stand heeft gebracht zelf helemaal onafhankelijk zijn van de tijd en materie in het heelal. Dit laat ons zien dat de Schepper boven alle dimensies in het heelal is. Tegelijkertijd bewijst het ook dat het heelal zelf geen schepper is, zoals sommigen beweren. En ook niet een kracht die in het heelal zelf aanwezig is, maar dat het Schepper is die heelal omvat.

Per 17 maart 20149 heeft men dankzij de zwaartekrachtgolven extra bewijs gevonden die de Big Bang bevestigt. Kortom, er was niets (geen tijd, ruimte en materie) voordat de Big Bang plaatsvond en vervolgens vond de Big Bang plaats. Na de Big Bang ontstond tijd, ruimte en materie. We kunnen spreken van een daadwerkelijke scheppings- of creatiepunt. Een punt van het ontstaan van alles binnen het universum. Het gehele universum met alles erin en alle energie die zich in het universum bevindt, bevond zich in dat ene ongelofelijke kleine punt van het niets (de singulariteit).

Wat we hieruit kunnen afleiden is dat alles wat wij om ons heen zien, gecreëerd is en op een zeker moment in het verleden nooit heeft bestaan (13,7 miljard jaar geleden)10,

Een ander veel belangrijker besef dat we hier willen creëren is dat de Big Bang niet zichzelf heeft kunnen doen ontstaan. De Big Bang kan namelijk niet vanzelf zijn ontstaan. Er moet iets zijn buiten datgene wat wij het nietsnoemen, die ervoor heeft gezorgd dat de Big Bang ontstond. Er was een oorzaakdat zorgde voor het gevolg (de schepping/ de Big Bang) en we weten dat de oorzaak nooit in het gevolg (de schepping) kan zitten. We kunnen dus aannemen dat het iets is, wat zich buiten tijd, ruimte en materie bevindt en een creërende kracht heeft die in staat is, alles wat bestaat in gang te zetten en te creëren. 

Dat iets moet dus zelf tijdloos, ruimteloos en niet van materie zijn. Want dat alles bestond pas na de Big Bang (de creatie). Materie en tijd zijn geschapen door een Schepper die onafhankelijk is van deze begrippen, die een oneindige macht en kracht bezit, zoals de wetenschap het heeft bewezen. Deze Almachtige Schepper is Allah, de Vormer van de hemelen en aarde.


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. Politzer, G. (1954). Principes fondamentaux de philosophie.
  2. Hubble, E. (1929). A relation between distance and radial velocity among extra-galactic nebulae. Proceedings of the National Academy of Sciences, 15(3), 168-173.
  3. De Heilige Koran, Enbiya (De Profeten) 21/30.
  4. De Heilige Koran, Enam (Het Vee) 6/101.
  5. De Heilige Koran, Enbiya (De Profeten) 21/30.
  6. De Heilige Koran, Zariyet (De Schiftende Winden) 51/47.
  7. Flew, A. (2003). God and the big bang. Think, 2(4), 17-23.
  8. Ross, H. (1991). The fingerprint of God.
  9. Kraaijvanger, C. (2014). Direct bewijs gevonden voor oerknaltheorie: met dank aan zwaartekrachtsgolven. Geraadpleegd op 27 december 2018 via Scientas
  10. Christian, D., Brown, C. S., & Benjamin, C. (2010). Big history: between nothing and everything. Learning Solutions.