De Zwitserse psycholoog Pierre Bovet legt in zijn boek Le sentiment religieux et la psychologie de l'enfant1 (De geloofsemotie en kinderpsychologie) uit dat psychisch gezonde kinderen tot een bepaalde leeftijd een tot zichzelf behorend en van nature aanwezig geloof hebben. In de vorming van dit primitieve geloof speelt zowel de maatschappij als het persoonlijke besef, verstand en de verbeelding een belangrijke rol. 

Misschien vult het kind zelf de inhoud van religieuze concepten aan die hij van de maatschappij verkrijgt. Echter, met de tijd zal hij de tegenstellingen tussen zichzelf en de maatschappij inzien en zich daarnaar aanpassen. 

Veel wetenschappers en filosofen hebben onderzoek gedaan naar het “natuurlijke geloof” van kinderen. Een van hen is de Amerikaanse filosoof William James. Om de ontwikkeling van het natuurlijke geloof bij kinderen te kunnen onderzoeken, heeft hij de herinnering en het gedrag van een kind genaamd Ballard tot zijn elfde geobserveerd. Ballard was stom, had nooit wat geleerd en leefde afgezonderd van de maatschappij. Ballard, die later wel goed opgeleid werd, vat zijn gedachtes en gevoelens over het postmateriële als volgt samen: 

Soms ging ik met mijn vader wandelen. De natuur en het uitzicht hadden een grote impact op mij. Ik kon niet praten en schrijven, maar dat weerlegde mij er niet van om na te denken. Ik stelde mezelf vragen: Hoe is de wereld ontstaan? Hoe is het leven van de mens begonnen? Hoe zijn de planten en overige levensvormen tot stand gekomen? Wat is de oorzaak die de aarde, maan en zon heeft doen ontstaan? Hoe is deze materiële wereld ontstaan? Wie laat mij nadenken over deze vragen? Hoe is de eerste mens, het eerste dier, de eerste plant zonder een zaad ontstaan? Waar komen wij vandaan en waar gaan wij heen?,Hoe is het universum ontstaan? Vooral deze vraag kon ik niet beantwoorden. Ik dacht er constant over na, gaf het na een tijdje op en begon opnieuw na te denken over dit onderwerp. 2

Vele andere psychologen hebben dit fenomeen ook onderzocht en kwamen uit op soortgelijke resultaten. Zo begrijpen wij dus dat ook kinderen zich al in hun zeer jonge jaren met nieuwsgierigheid tot het universum en de natuur wenden en zich de bovengenoemde vragen stellen. Dit zit in de aard van de mens. Zoals we zien is het nadenken over zulke vragen niet alleen weggelegd voor filosofen, maar ook kinderen, jongeren en ouderen denken regelmatig na over deze vragen.

De heilige en verhevene boek Koran, vertelt op een prachtige wijze hoe een van de grote profeten Abraham nog op jonge leeftijd op zoek was naar de Schepper. Hij zocht naar zijn Schepper in de natuur en het heelal door te kijken naar de sterren, de maan en de zon. Uiteindelijk kwam profeet Abraham erachter dat het Allah is, de Verhevene en dus boven al het waarneembare verheven.

De islam geeft duidelijk aan dat elk mens van nature monotheïstisch is. In de edele Koran lezen we dan ook dat de mensheid geschapen is met een natuurlijke neiging richting de eenheid van God. Hij het voorbeeld van perfecte eenheid. Sprekend met de woorden van de laatste boodschapper van Allah: "Elk pasgeborene wordt geboren met natuurlijke instincten van de islam (inheemse intuïtie van God). Vervolgens maken de ouders dat kind een christen, jood of een polytheïst." 3

(Buharî, Müslim, Tirmizi, Ebu Davud, NesaÎ, ibni Mâce, Muwatta, Müsned, etc. zijn naast de Koran de meest betrouwbare bronnen omtrent de hadith (vertellingen) van de profeet Mohammed.)


 


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. Bovet, P. (1951). Le sentiment religieux et la psychologie de l’enfant.
  2. Pierre Bovet, Le sentiment religieux et la psychologie de l’enfant, p. 71-72
  3. Hadith, Buhârî, Cenâiz 92; Ebû Dâvud, Sünne 17; Tirmizî, Kader 5.