“De profeet prevelt de openbaringen om ze snel van buiten te leren en te onthouden.”1

De openbaringen werden door schrijvers genoteerd onder toezien van de profeet. Hij stond er op om zijn eigen woorden (opmerkingen) hierbij weg te laten zodat het niet met het heilige woord van Allah, de Koran vermengd zou geraken.

De Koran is door 42 auteurs geschreven. De meest beroemde auteur in Mekka was Abdullah b. Sa'd. In Medina was het Übey ibni Kab. De verzen van de Koran werden op papier, stof, leer, steen, bakstenen en beenderen geschreven. De profeet las tijdens de Ramadan het deel, dat tot dan toe gezonden was, voor aan de engel Gabriël. Om verwarring te voorkomen gaf hij ook de volgorde van elke vers aan. De verzen werden niet als boek ingebonden tijdens het leven van de profeet, want de openbaringen bleven komen tot aan zijn dood. Tevens werden de verzen door verscheidene geleerden van buiten geleerd en opgezegd. Sommigen uit de vriendenkring van de profeet droegen ook de geschreven verzen bij zich.

Het optekenen van de Koran als manuscript

Na de dood van de profeet was men genoodzaakt de Koran als goddelijke gids te bewaren tot de Dag des Oordeels, op een manier waarover iedereen het eens was. Het samenvoegen van alle verzen in een manuscript gebeurde in eensgezindheid van al de volgelingen van de profeet. Zeyd İbn Sabit kreeg de opdracht om de verzen te verzamelen en in boekvorm op te stellen. Hij verklaarde het volgende: 

Na de slag van Yemame vielen er slachtoffers onder de nauwe volgelingen van de profeet. Ebu Bekir (zijn vriend en koopman) riep mij tot zich, bij hem bevond zich ook Omar. Ebu Bekir vertelde dat Omar hem had gemeld dat er veel geleerden waren gesneuveld bij de slag van Yemame. Onder hen geleerden die de Koran van buiten hadden geleerd. Hij vreesde dat er zo delen van de Koran verloren zouden gaan. Hij raadde Ebu Bekir aan om een bevel uit te vaardigen om de Koranverzen te verzamelen en in een boekvorm te bewaren. Ik vroeg aan Omar: “Hoe kan je iets ondernemen wat de profeet niet heeft gedaan?” Omar antwoordde “Bij Allah, dit is een deugdzame onderneming.Ebu Bekir heeft zich over deze zaak gebogen, hij herhaalde dit verzoek zo vaak tot Allah het een plek in mijn hart gaf, zo heb ik zijn standpunt overgenomen.

Zeyd vertelde verder: 

Ebu Bekir zei tegen me: “Jij bent een jonge, slimme man. Iedereen vertrouwt jou. Je was ook de auteur van de openbaringen onder de profeet. Voeg de Koran verzen en hoofdstukken samen.” 

“Bij Allah, een berg verzetten had ik een minder zware taak gevonden dan de verantwoordelijkheid te dragen om de Koran te verzamelen. Zo ben ik begonnen met het samenstellen van de Koran.”2

De bronnen vermelden unaniem dat Ebu Bekir Zeyd heeft aangeraden zijn geheugen niet te vertrouwen. Hij beval hem om van elke vers twee geschreven versies van verschillende personen te zoeken als bevestiging

Zeyd stelde als voorwaarde de hulp van Omar voor. Hoewel Zeyd zelf een zeer goede prediker was, vond hij het niet voldoende om predikers als hijzelf te raadplegen maar volgde een nauwkeurige en doordachte manier om van elke vers twee geschreven exemplaren ter vergelijking te zoeken. 

Alleen van de laatste twee verzen van de soera At-Tawba slaagde hij er ondanks zijn onderzoek er niet in, om twee geschreven exemplaren te vinden. Hij moest het stellen met het geschreven exemplaar van Ebu Huzeyme. Zo komt het dat de samengevoegde bladzijden ten tijde van Ebu Bekir ‘el- Mushaf’of ‘het Manuscript’ genoemd werden.

De Koran, die ten tijde van de eerste Kalief Ebu Bekir in een manuscript verzameld werd, is ten tijde van de derde kalief vermeerderd en verspreid. 


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, Al-Qiyamah (De Wederopstanding) 75/16.
  2. Hadith, Sahih Al-Bukhari, Fazailu’l Koran 4, Tawba 20, Ebu Davud