De geruchten dat onze moeder Aisha op negenjarige leeftijd trouwde, deed een mening vormen over haar  huwelijksleeftijd. We moeten ook niet vergeten dat bij het tot stand komen van deze opinie in acht genomen moet worden dat het huwelijksleeftijd van de mensen in die tijd relatief jong was en dat de geografische ligging een invloed heeft op de snellere fysieke ontwikkeling. Om die reden is het onderwerp tot een zeer korte tijd terug nooit ter sprake gekomen en bediscussieerd.

Wanneer we spreken over vandaag de dag dan zien we dat er mensen zijn die de context van die tijd totaal niet in acht nemen en de islam van buitenaf benaderen vanuit hun eigen visie en begrip het onderwerp benaderen en bekritiseren. Deze aparte houding is in de islamitische wereld niet heel anders; een gedeelte houdt zich ontoegeeflijk vast aan het benaderen van het onderwerp op dezelfde manier terwijl een ander gedeelte aangeeft dat de leeftijd van Aisha ouder en volwassener was.

Om antwoorden te verkrijgen op deze vragen dienen we uiteraard allereerst door de levensvisie en gewoontes van de mensen uit die tijd te bekijken en het onderwerp vanuit bewijzen te onderzoeken. Laten we kijken wat de bewijzen ons zeggen:

1. In Medina waren er in grote getale hypocrieten (munafikoon) aanwezig en deze hypocrieten waren dag en nacht ijverig opzoek naar de fouten van de Heilige Profeet (ﷺ).

Wanneer ze iets zagen wat volgens hen een tekortkoming is gingen ze de kwestie meteen vergroten en op een overdreven manier overbrengen om de gedachten van de gelovigen in de war te brengen.

Dat geen enkele ongelovige dit huwelijk bekritiseerd heeft laat dus zien dat de leeftijd van onze moeder Aisha een acceptabele leeftijd was dat geaccepteerd is door de gemeenschap van die tijd.

2. Dit onderwerp wordt gedetailleerd beschreven in het boek ‘Asr-i saadet’ van Mawlana Shiblî. Dat Aisha op de leeftijd van een volwassene was toen ze trouwde kunnen we zeer zeker concluderen vanuit de biografie dat is geschreven over haar zus Asma.  In oude biografie boeken wordt het volgende vermeld wanneer zij Asma beschrijven:

“Asma is op 100 jarige leeftijd overleden in het jaar 73 na de hijra. Tijdens de hijra was ze 27 jaar oud. Aangezien Aisha 10 jaar jonger was dan haar zus was ze tijdens de hijra 17 jaar oud. Daarnaast was Aisha alvorens ze met de Profeet in het huwelijk trad al eerder de belofte tot het huwelijk heeft gegeven met Jubayr. Dat geeft aan dat ze op een leeftijd was om te trouwen.’’[1]

3. Bij Arabieren werden de leeftijden van de meisjes berekend en bekend op basis van hun leeftijd na de menstruatie.[2] De leeftijd van de menstruatiecyclus van een meisje is algemeen bekend als ten vroegste 9 jaar. Het is altijd mogelijk dat ze op latere leeftijd menstruatie kunnen hebben. Als we accepteren dat onze moeder Aisha menstrueerde op 9-jarige leeftijd en dat zij zegt dat ze op 9-jarige leeftijd (= leeftijd sinds het begin van de eerste menstruatie) was getrouwd met de profeet, dan dat zij uit een kleine berekening haar leeftijd 18 jaar zou moeten blijken.

4. We zien dat onze moeder Asma en onze moeder Aisha behoren tot degenen die worden benoemd als eerste der moslims na aanvang van het Profeetschap. Wat opvalt is dat deze namen direct worden benoemd na de namen van de sabiqoon al awwaloon (degenen die als eerste moslim werden en zich het meest hebben ingezet voor de Islam) Uthman, Zubayr ibn Awwam, Abdurrahman ibn Awf, Sad ibn Abi Wakkas, Talha ibn Ubeydullah, Abu Ubayda ibn Jarrah en Arkan ibn abil arkan en we zien ook dat hun namen zelfs eerder worden benoemd dan Abdullah ibn Mas’ood, Jafar ibn Abî Tâlib, Abdullah ibn Jahsh, Abu Huzayfa, Suhayb ibn Sinan, Ammar ibn Yasir en Habbab ibn Erett.[3]

Dit toont dus aan dat onze moeder Aisha hoe klein ze ook geweest zou zijn, in ieder geval op een leeftijd was om zelf besluiten te nemen en tot de eersten der moslims te behoren.

5. Onze moeder Aisha vertelt over de periode van Mekka het volgende:

Toen ik een spelend kind was ontving[4] profeet Muhammed het vers:

“Nee, maar het uur is hun aangewezen tijd, en het uur zal verschrikkelijk en bitter zijn.”[5]

Deze informatie van onze moeder Aisha, geeft ons een expliciete deuropening. Namelijk het volgende: Dat vers is het 46e vers van Soera Qamar (de maan) en er is een overlevering dat het vers was neergedaald in het huis van Ibn Arkam tijdens het 4e jaar van het profeetschap.[6]

Onze profeet ontving het profeetschap in het jaar 610 van de gregoriaanse kalender. Hij heeft in 13 jaar tijd zijn taken voltooid in Mekka en is vervolgens geëmigreerd naar Medina.  Hij is getrouwd met Aisha in het 2e jaar van de emigratie (625). We kunnen uitgaan dat Aisha minstens 5,6 of 7 jaar oud was toen het vers neerdaalde omdat onze moeder Aisha in het jaar 614 zich het vers herinnerde en dat ze dus geboren is vòòr het jaar 610 wat aangeeft dat Aisha minstens 15 jaar was bij het voltrekken van het huwelijk met de profeet.

6. Voordat Aisha de huwelijksafspraak aanging met de profeet had ze een belofte voor huwelijk gedaan met Jubayr de zoon van Mut’im ibn Adiy en dit laat zien dat ze de leeftijd van trouwen had bereikt en een jong meisje was. 

Wat betreft de huwelijksafspraak met Jubayr weten we dat hij weerhouden is omdat het gezin van Ibn Adiyy vreesde dat hun zonen moslims zouden worden.[7] Het eerste dat in het verstand opkomt is de vraag wanneer het gezin van Ibn Adiyy zo een afspraak gemaakt had met het gezin van Abu Bakr (= vader van Aisha).

Het meest logische antwoord daarop is dat deze overeenkomst ofwel vóór het profeetschap (610) ofwel voor de islam openlijk verkondigd werd (614), had plaatsgevonden. In beide gevallen geeft het met zekerheid aan dat Aisha vóór 610 is geboren.

7. Besluit: In dit geval is het aan ons om de geruchten dat Aisha 9 jaar was toen zij trouwde met de profeet te interpreteren volgens de bovengenoemde bewijzen.

Samenvattend is het duidelijk dat onze moeder Aisha, toen ze 17-18 jaar oudwas, de titel van “Moeder van de gelovigen’’ kreeg toegekend omwille van het huwelijk met de profeet.


 

 


 

 


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. Hatemü’l-Enbiya Hz. Muhammed ve Hayatı, Ali Himmet Berki, Osman Keskioğlu, s. 210
  2. Musa Carullah, Hatun, 81, Kitabiyat Yay. Trc. Mehmet Görmez
  3. İbn Hişâm, Sîre, 1/271; İbn İshâk, Sîre, Konya, 1981, 124.
  4. Buhârî, Fezâilü’l-Kur’ân 6, Tefsîru Sûre, (54) 6
  5. De Heilige Koran, Qamar (de maan) 54/46
  6. Suyûtî, İtkân, Beyrut, 1987, 1/29, 50; Doğrul, Asr-ı Saadet, 2/148
  7. Buhârî, Nikâh 11; Ahmed ibn Hanbel, Müsned, 6/210,