Het huwelijk van profeet Mohammed met Aisha was tot op heden nooit een onderwerp geweest van discussie. Het feit dat de hele bevolking en zelfs de vijanden van de profeet dit huwelijk niet hebben bekritiseerd toont aan dat Aisha oud genoeg was om te trouwen. 

Echter is deze bewering aangehaald door de oriëntalisten1 die enkel de islam in het slechte daglicht willen zetten. 

De bronnen tonen aan dat Aisha 10 jaar jonger is dan haar zus Asma, die in het jaar 73 AH (islamitische jaartelling) op 100 jarige leeftijd stierf. Dit wil zeggen dat Asma in 622, het jaar van de Hidjra, (100 – 73) 27 jaar oud was. 

Zij was 10 jaar ouder dan Aisha, dus was Aisha op dat moment ongeveer 17 jaar. Omdat haar huwelijk met profeet Mohammed 1 à 2 jaar na de Hidjra (verplicht vertrek vanuit Mekka naar Medina) afgesloten werd, was zij luidens deze bron toen 18 à 19 jaar. Referenties voor deze informatie zijn onder meer de volgende:

Ibn Kathir (1301-1373) en Al Zahabi schreven dat Aisha 10 jaar jonger was dan haar zus Asma (Ibn Kathir zou zich daarvoor gebaseerd hebben op Al Zahabi). 

Volgens Abd al-Rahman ibn Abi Zannaad: “Asma (ra) was tien jaar ouder dan Aisha.”2

Volgens Ibn Kathir: “Zij (Asma), was tien jaar ouder dan haar zusje (Aisha).”3

Profeet Mohammed op grond van zijn huwelijk beschuldigen van het trouwen met een kind, getuigt van onwetendheid en op zijn slechtst van kwaadwilligheid. Het is hoe dan ook een ernstige vorm van laster om hem te beschuldigen van feiten die niet waar zijn met als doel zijn reputatie te ruïneren. De islam bevat geen leeftijdsgrens voor huwbare leeftijd, maar definieert de huwbare leeftijd in termen van algehele maturiteit.


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. Oriëntalisme is de term die wordt gebruikt ter aanduiding van de dominante westerse opvatting van de Oriënt, oftewel het Oosten in culturele zin, zoals die ontstaan is sinds de tweede helft van de negentiende eeuw.
  2. Hadith, Siyar A`la’ma’l-nubala’, Al-Zahabi, vol. 2, pagina 289.
  3. Hadith, Al-Bidaayah wa al-Nihaayah, Ibn Kathir, vol. 8, pagina 371.