Een paar moslims kwamen bij profeet Mohammed en klaagden over influisteringen (waanideëen) die ze niet durfden luidop te zeggen. De profeet vrede zij met hem antwoordde:

“Dat dit wijst op een diepe en pure vroomheid bij hen en dat de volgelingen niet verantwoordelijk zijn voor deze influisteringen zolang zij er niet aan toegeven.” 1

Duivelse influisteringen of waanideeën komen door een sterke geloof. De duivel valt deze mensen met een schat aan geloof en vroomheid aan om ze hiervan te beroven. Deze aanvallen en berovingen van de duivel zijn begonnen vanaf de tijd van profeet Adam en zullen duren tot het einde van de wereld.

De duivel valt vooral mensen met een gelovig hart lastig, om hem van zijn waardevolle geloof en aanbidding te beroven. Hij verspeelt zijn tijd niet met lege en uitgebluste harten. Zij hebben dus ook geen last van zulke influisteringen. Je kan  het vergelijken met het werk van dieven. Dieven hebben ook meestal een voorkeur aan huizen van rijkelui. Een moslim die hiervan last heeft moet dit beseffen en weten dat de duivel op een dag de strijd zal opgeven. Men moet proberen geen gehoor te geven aan zulke duivelse influisteringen en waanideeën. 

Zulke vertwijfelingen behoren niet tot ons hart. Daardoor kunnen we deze als storend ervaren. Dit is af te leiden uit de lichamelijke reacties die optreden zoals koorts, fronsende wenkbrauwen, hoofdpijn en minder eetlust. Wat de duivel ons influistert en niet uit ons eigen hart komt, gaat in gevecht met wat ons wel eigen is, namelijk onze vroomheid en geloof. Onze hart en geloof zullen zich verzetten tegen deze duivelse influisteringen en waanideeën. Als gevolg van deze innerlijke strijd kunnen we een naar gevoel ervaren.

Een mens is niet verantwoordelijk voor deze influisteringen omdat ze niet vrijwillig zijn. Zolang we niet zelf de deuren openzetten voor vertwijfelingen en waanideeën en zolang we er niet naar handelen, kunnen we er niet verantwoordelijk voor gesteld worden. 

We zullen altijd onaangekondigd geconfronteerd worden met vertwijfelingen en waanideeën. Net zoals herinneringen, dromen en gedachten hoort dit gewoon bij onze schepping. Zolang men geen aandacht besteed aan deze influisteringen en zolang men er niet naar handelt, zal het niet schaden. 

Als je meer wil weten over dit onderwerp, kan je de 13e flits van Risale-i Nur lezen, dat een geestelijke lezing is van de Koran. 


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. Müsned, II, 255; VI, 106; Müslim, iman 201-205-211.