Profeten zijn de boodschappers van Allah die het woord rechtstreeks overbrengen naar de mensen. Profeten zijn door Allah uitgekozen om de mensen tot het rechte pad te leiden.De profeten hebben de openbaringen eerst in hun eigen leven toegepast en vervolgens deze boodschappen overgedragen aan de mensen. De boodschappen werden zonder enige toevoeging of wijziging letterlijk overgedragen. De profeten zijn een voorbeeld voor de hele mensheid.

Een aantal profeten hebben niet altijd de allerbeste opties gekozen in hun handelingen tijdens hun profeetschap. Dit betekent niet dat ze een zonde hebben begaan of een fout hebben gemaakt. Een voorbeeld hiervan is profeet Jonas. 

Hij had lange tijd zijn volk uitgenodigd tot het ware geloof. Na 33 jaar werd nog steeds geen gehoor gegeven aan zijn uitnodiging, waardoor hij zijn volk voortijdig verliet zonder bevel van Allah.

“En aan Noah werd er geopenbaard: “Waarlijk, niemand van jouw volk zal geloven, behalve degenen die reeds daadwerkelijk hebben geloofd. Dus treur niet over dat wat zij deden. En bouw het schip onder het zicht van Onze Ogen en (volgens) Onze openbaring. En spreek Mij niet aan over degenen die onrecht pleegden. Voorwaar, zij worden verdronken.”1

Indien Profeten zondes zouden begaan, zouden deze direct bestraft moeten worden. Omdat profeten als voorbeeld dienen voor hun volk, heeft Allah hun beschermd tegen de drang om zondes te plegen. Zoals alle profeten bezit ook profeet Mohammed deze eigenschap:

“Zodat Allah jou je voorgaande en toekomstige zonden zal vergeven en Zijn Gunst aan jou zal vervolmaken en (zodat) Hij jou zal leiden naar een recht Pad.”2

Met deze wordt er gedoeld op de potentiële mogelijkheid van de profeet in verband met zijn menselijke geaardheid om een zonde te plegen.De vraag die we ons zouden moeten stellen is, hoe zouden wij op deze wereld geleefd hebben nadat ons werd gezegd dat we voorbestemd zijn naar het eeuwige paradijs? Ondanks het feit dat de voorgaande en toekomstige zondes van de profeet zijn vergeven en hij beschermd werd van het plegen van zondes, heeft profeet Mohammed dag en nacht gebeden. 

Wanneer hem werd gevraagd waarom hij dit nog steeds deed, ondanks dat hem het paradijs is toegezegd, antwoordde hij: “Waarom zou ik geen dankbare dienaar zijn? Waarom zou ik Hem stoppen met danken en prijzen?” Op deze manier heeft hij laten zien dat het aanbidden van Allah niet uit angst voor de hel of uit hoop voor het paradijs gedaan moet worden, maar omdat Allah de Enige is die het waard is en het recht heeft om aanbeden te worden. 


 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, Hud (De Profeet Hud) 11/36-37.
  2. De Heilige Koran, Al-Fath (Het Succes) 48/2.