Allah zegt: 

“Op die Dag zullen (sommige) gezichten stralen. Naar hun Heer zullen zij kijken.”1

Ook heeft de profeet Mohammed dit bevestigd in de volgende hadith2

“Wanneer de bewoners van het Paradijs het Paradijs binnentreden, zal de Gezegende, de Verhevene vragen: “Verlangen jullie naar meer?” Zij zullen zeggen: “Heeft U niet reeds onze gezichten verlicht? Heeft U ons niet het Paradijs laten binnentreden en ons gered van het Hellevuur? Daarop zal Hij (Allah) de bedekking opheffen (tussen Hem en de bewoners van het Paradijs) en van de zaken die hen (de bewoners van het Paradijs) gegeven is, is er niets waar zij meer van zullen houden dan het aanschouwen van hun Heer, de Almachtige, de Verheerlijkte.” 3

Tevens zegt Allah, de Verhevene, aangaande de ongelovigen (interpretatie van de betekenis):

“Nee! Voorwaar, zij zullen op die Dag zeker (het zien van) van hun Heer worden afgeschermd.”4

Dit duidt erop dat de gelovigen op deze dag niet afgehouden zullen worden van het zien van hun Heer. Zij zullen Hem dus zien op de Dag des Oordeels en in het Paradijs. Zo zegt Allah:

“Voor degenen die goed doen is er het Goede (d.w.z. het Paradijs) en meer (d.w.z. het aanschouwen van het Gezicht van Allah).”5

De profeet (vrede zij met hem) zei over deze vers: “Het ‘Goede’ is het Paradijs en ‘meer’ is het aanschouwen van het Gezicht van Allah.”6

Dit is de uitleg die de profeet (vrede zij met hem) aan deze vers heeft gegeven. Daarnaast heeft de profeet (vrede zij met hem) ons te kennen gegeven dat de mensen op de Dag des Oordeels hun Heer zullen zien, zoals de zon op een klaarlichte dag en de volle maan bij een heldere nacht wordt gezien.


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, Al-Qiyaamah (De Wederopstanding) 22/23.
  2. De hadith zijn de in grote verzamelingen vastgelegde, islamitische overleveringen over het doen en laten en de uitspraken van de profeet Mohammed.
  3. Hadith Sahih Muslim, Geloof, 181.
  4. De Heilige Koran, Al Moetaffifin (De Oplichters) 83/15.
  5. De Heilige Koran, Yoenoes (Profeet Jonas) 10/26.
  6. Hadith, Sahih Al-Buharî; Muslim; Ebu Davud.