De islam beschermt elk mensenleven, ongeacht of een persoon moslim of geen moslim, zolang deze aan de geldende wetten op deze wereld voldoet en geen schade berokkend aan de medemens. Het is geweten dat wanneer iemand een ander persoon onterecht vermoord, zal hij of zij niet in het paradijs geraken. Maar om in het hiernamaals zichzelf van het hellevuur te bevrijden dient een persoon te geloven zoals het in de Koran is openbaard. 

Het bestaan van de hel is niet in strijd met de oneindige barmhartigheid, werkelijke rechtvaardigheid en gepaste, afgewogen wijsheid van Allah. Integendeel; barmhartigheid, rechtvaardigheid en wijsheid vereisen juist het bestaan van de hel. Het is voor iemand genadevoller om hem levenslang op te sluiten, dan hem te veroordelen tot de doodstraf. Tenietgaan is voor een mens het ergste wat er kan gebeuren. Zo ook, is een eeuwige straf in de hel genadevoller dan teniet gaan.

De straf voor moord in het huidige rechtssysteem ligt rond de twintig jaar gevangenschap. Een atheïst of ontkenner van Allah minacht alles (met zijn ongeloof) wat Allah geschapen heeft. 

Deze gevangenen van de hel hebben met hun verloochening en ontkenning de rechten geschonden van de Schone Namen van Allah, de rechten van het bestaan (waaronder oneindigheid of eeuwigheid zelf) dat getuigt van de Schone Namen, de rechten van de schepselen die als verheven taak de Schone Namen van Allah verheerlijken en de rechten van de schepselen die de goddelijke heerschappij weerspiegelen en dienen als spiegel voor de goddelijke Schone Namen en deze met dienaarschap tot uiting brengen. 

Dit is tevens het doel van hun schepping en het (voort)bestaan. Hierdoor begaan de atheïsten een dusdanig omvangrijk misdrijf en meedogenloosheid, dat ze niet meer in aanmerking kunnen komen om te worden vergeven en vallen onder de bedreiging van het vers:

“Zij onder de mensen van het Boek die ongelovig zijn en de veelgodendienaars zullen in het vuur van de hel, waarin zij altijd zullen blijven; zij zijn het slechtst af van de schepping.”1

“En zij die Onze tekenen loochenen en hoogmoedig afwijzen, zij zijn het die in het vuur thuishoren; zij zullen daarin altijd blijven.”2

Als deze mensen niet bestraft zouden worden, dan zou dit eindeloze onbarmhartigheid betekenen voor de talloze aanklagers wiens rechten zijn geschonden. Zoals die aanklagers het bestaan van de hel wensen, zo ook vergt de barmhartigheid en rechtvaardigheid van Allah dit. Een atheïst tast met zijn verloochening en ontkenning de verheven geduchtheid en overweldigende macht van Allah aan. Hij komt aan Zijn heerschappij -dat uit absolute perfectie bestaat- door deze te schenden. 

Atheïsme omvat nu eenmaal talloze schendingen van de rechten. Indien iemand binnen een minuut een moord pleegt, dan vindt het huidige rechtsstelsel van de mens het terecht dat hij rond de twintig jaar celstraf verdient (wat ongeveer gelijk is aan acht miljoen minuten). Dit vindt men gepast en het is een algemeen aanvaarde wet. 

Dat atheïsme hetzelfde is als duizend moorden, zou een minuut die men doorbrengt in absoluut atheïsme, volgens dat rechtssysteem, bestraft moeten worden met ongeveer acht miljard minuten. Wanneer nu iemand een levensjaar doorbrengt in atheïsme verdient hij een terechte bestraffing van ongeveer twee triljoen achthonderdtachtig miljard minuten. Als hij het eindeloos en het eindeloze ontkent, is een eindeloze straf ook meer dan terecht. Hierdoor valt hij onder de vers:

“Voor eeuwig en voor altijd (verblijven zij) daarin. Zij zullen geen beschermer of helper vinden.”3

Allah heeft alle levende wezens geschapen om Zijn Schone Namen en Zijn eigenschappen aan hen voor te stellen. Een atheïst die het bestaan van Allah ontkent, beledigt met deze ontkenning Allah en het doel van de schepping. 

Op deze manier vernietigt hij op een spirituele en morele wijze het hele bestaan. Het hele bestaan omvat alles vanaf de kleinste atoom tot de grootste ster. Bijgevolg pleegt een atheïst met deze ontkenning eindeloze moorden. De straf voor eindeloze moorden in het hiernamaals is voorzeker een eeuwig verblijf in het hellevuur. 


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, An-Nisa (De Vrouwen) 4/48.
  2. De Heilige Koran, Al-Araf (De Kantelen) 7/36.
  3. De Heilige Koran, Al-Ahzab (De Partijen) 33/65.