Het bestaan van de hel is niet in strijd met de oneindige barmhartigheid, rechtvaardigheid en de wijsheid van Allah. Integendeel; barmhartigheid, rechtvaardigheid en wijsheid vereisen juist het bestaan van de hel. Het is voor iemand genadevoller om hem levenslang op te sluiten dan hem te veroordelen tot de doodstraf. Tenietgaan is voor een mens het ergste wat er kan gebeuren. Zo ook, is een eeuwige straf in de hel genadevoller dan teniet gaan.

De straf voor moord in het huidige rechtssysteem ligt rond de twintig jaar gevangenschap. Een atheïst of ontkenner van Allah minacht alles wat Allah geschapen heeft. Ongelovigen hebben met hun verloochening en ontkenning de rechten geschonden van de Schone Namen van Allah, de rechten van het bestaan dat getuigt van de Schone Namen, de rechten van de schepselen die als taak de Schone Namen van Allah verheerlijken en de rechten van de schepselen die de goddelijke heerschappij weerspiegelen en dienen als spiegel voor de goddelijke Schone Namen en deze met dienaarschap tot uiting brengen. 

Dit is tevens het doel van hun schepping en het (voort)bestaan. Hierdoor begaan de atheïsten een dusdanig omvangrijk misdrijf dat ze niet meer in aanmerking kunnen komen om te worden vergeven en vallen onder de bedreiging van het vers:

“Zij onder de mensen van het Boek die ongelovig zijn en de veelgodendienaars zullen in het vuur van de hel, waarin zij altijd zullen blijven; zij zijn het slechtst af van de schepping.” 1

“En zij die Onze tekenen loochenen en hoogmoedig afwijzen, zij zijn het die in het vuur thuishoren; zij zullen daarin altijd blijven.” 2

Een atheïst tast met zijn verloochening en ontkenning de verheven geduchtheid en overweldigende macht van Allah aan. Hij komt aan Zijn heerschappij -dat uit absolute perfectie bestaat- door deze te schenden. 

“Voor eeuwig en voor altijd (verblijven zij) daarin. Zij zullen geen beschermer of helper vinden.” 3

Allah heeft alle levende wezens geschapen om Zijn Schone Namen en Zijn eigenschappen aan hen voor te stellen. Een atheïst die het bestaan van Allah ontkent, beledigt met deze ontkenning Allah en het doel van de schepping.  Op deze manier vernietigt hij op een spirituele en morele wijze het hele bestaan. Het hele bestaan omvat alles vanaf de kleinste atoom tot de grootste ster. Vervolgens pleegt een ongelovige met deze ontkenning eindeloze moorden bij wijze van spreken. De straf voor eindeloze moorden in het hiernamaals is voorzeker een eeuwig verblijf in de hel. 

Tot slot laat Allah ons via de Koran weten dat enkel en alleen een goed hart niet genoeg is om naar de hemel te gaan. Hiervoor moet men allereerst geloven in de zes pilaren van het geloof en moet men zich houden aan de voorgestelde regels die door Allah zijn opgesteld. Zoals een leerling met een goed hart niet kan slagen als hij niet voldoende zijn best doet, kan een ongelovige met een goed hart niet ontkomen aan de bestraffing als hij Allah niet gehoorzaamt. We mogen ook niet vergeten dat iemand die wel in Allah gelooft en Hem gehoorzaamt maar tegelijkertijd een slecht karakter bezit en andere levende wezens leed veroorzaakt, ook niet aan een straf kan ontkomen. Tevens zal een ongelovige met een slecht hart en een ongelovige met een goed hart niet gelijk gesteld worden in het hiernamaals. Een ongelovige met een slecht karakter krijgt de zwaarste straf terwijl een ongelovige met een goed hart veroordeeld wordt tot een lichtere straf. 


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, An-Nisa (De Vrouwen) 4/48.
  2. De Heilige Koran, Al-Araf (De Kantelen) 7/36.
  3. De Heilige Koran, Al-Ahzab (De Partijen) 33/65.