Zoals het niet mogelijk is om de hele zee in een beker te plaatsen, zo ook kan men het concept “oneindigheid” met zijn beperkte begrip niet bevatten. Ondanks dat men oneindigheid niet kan bevatten, kan men wel weten wat het is. Weten en geloven is een apart begrip en begrijpen is weer een ander begrip.

Een mens is in alles beperkt. Zoals ieder begin een eind aangeeft, zal ook dit leven een einde hebben. In dit korte leven met een begin en een eind, kan men in alle opzichten kleine taken uitvoeren. Het oog is in staat enkel een deel van de aanwezige lichtkleuren te zien. Het oor kan enkel geluiden van bepaalde frequenties horen.

De mens kan “de oneindigheid” niet begrijpen, maar er wel in geloven. Dit is ook een grote goddelijke gunst. Mocht dit niet zo zijn, hoe zou hij moeten geloven in zijn Heer Wiens attributen oneindig zijn?

Alles dat een begin heeft, leert dat ons tegelijkertijd de volgende twee waarheden: Hij die mij uit het niets heeft geschapen, is er altijd geweest. Zo ook maakt ieder einde ons duidelijk dat er een oneindige entiteit is. Met Zijn oneindige kracht wordt bedoeld dat het niet uitmaakt hoeveel werelden Hij creëert. In Zijn kracht neemt niets af. 

Zijn oneindige kennis betekent dat Hij los staat van onwetendheid. Andere attributen kunnen op dezelfde manier, met dezelfde logica benaderd worden. “Hij die er altijd was, zal er zeker voor altijd zijn”, is geldig voor Zijn entiteit en Zijn attributen. Dus al Zijn attributen zijn oneindig. Geen van Zijn attributen zijn namelijk later tot stand gekomen, ze zijn er altijd geweest.