In het woordenboek wordt djin gedefinieerd als "iets bedekken". Als begrip duidt het op geestelijke entiteiten die niet met het blote oog waarneembaar zijn. Djins zijn onzichtbare en verstandelijke wezens die verschillende vormen kunnen aannemen, geschapen uit vuur. Volgens verschillende overleveringen zijn ze waargenomen in de vorm van verschillende dieren en vaak in die van een slang.1

Geestelijke entiteiten kunnen in drie opgedeeld worden:

a) Geestelijke wezens die allen deugdig zijn: Engelen.

b)  Geestelijke wezens die allen ondeugdig zijn: Dit zijn demonen die de mens tot wandaden aanzetten.

c)  Geestelijke wezens die zowel deugdig als ondeugdig kunnen zijn: Djins.2

Djins zijn net als de mens belast met geloof en aanbidding (praktisering). De profeet is zowel voor de mensen als voor de djins gezonden. In de Koran bevinden zich daarom verzen die beginnen met "Aan de menselijke en djin gemeenschap!" 3

Net zoals onder de mensen bevinden zich onder de djins ook moslims en niet-moslims, goede en slechte. Zij worden ook berecht op hun daden; de goeden gaan naar het paradijs en de slechten naar de hel. 

In de Koran vinden we een vers die over de djins gaat.4 Hierin wordt verteld dat er onder hen "Moslims-ongelovigen, slechten-goeden bestaan, dat geen enkele onder hen machtig is ten opzichte van Allah en dat ze onvermogend en verantwoordelijk zijn, dat gelovigen in Allah niet bang hoeven te zijn voor djins, dat met de zending van de profeet de djins hun vroegere praktijken niet meer kunnen verderzetten (uit de tijd van voor de Islam) omdat zij na de zending van de heilige Muhammed (v.z.m.h.) geen kennis meer kunnen stelen uit de hogere sferen om aan waarzeggers door te vertellen, omdat er vonken op hen afgestuurd worden als zij daar proberen in te dringen".

De Koran vermeldt ook dat er een groep djins de recitatie van de Koran heeft aanhoord, moslim zijn geworden en hun gemeenschap hebben opgeroepen tot het geloof.5

Kortom, het bestaan van djins staat vast. 

 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. M. Vehbi, Hülâsatü’I-Beyân,  15,  6175.
  2. Ragıp el-İsfehanî, el-Müfredat, onderdeel ''Cin'' .
  3. De Heilige Koran, Rahman (De Weldadige, De Weldoener), 55/30.
  4. Het vers Cin is in de Kur'an de 72ste soera.
  5. De Heilige Koran, Cin (De Djiinns), 72/1.