Allah is immaterieel en ongebonden aan een plaats. Daarom kan een mens geen deel van Allah zijn. 

“Vervolgens gaf Hij hem vorm en blies in hem van Zijn Ziel.”1

Deze uitdrukking is door de geleerden op verschillende manieren geïnterpreteerd. Maar de geleerden waren het er over het algemeen mee eens dat het figuurlijk bedoeld is en dus niet letterlijk moet worden opgevat.

Met deze vers wordt bedoeld dat in de aard van de mens de goddelijke attributen en eigenschappen worden gemanifesteerd.

Bijvoorbeeld Allah is Er-Rahim, De Genadevolle. Een mens kan ook genadevol zijn. Allah is Al-Hakim, doet alles met wijsheid. De mens kan ook wijs zijn. Dit zijn slechts een paar van Zijn Schone Namen.


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, As-Sajdah (De Eerbiedige Neerbuiging) 32/9.