"De mens maakt de religie, de religie niet de mens.” 

“De religie is de zucht van de in benauwenis verkerende creatuur, het gemoed van een harteloze wereld, zoals zij de geest van de geesteloze toestanden is. Zij is de opium van het volk.” 

“De godsdienst is een van de vormen van het geestelijk juk, dat overal en allerwegen op de volksmassa’s drukt, die door eeuwige arbeid voor anderen, door nood en vereenzaming terneergedrukt worden. “ 

“Godsdienst is als opium voor het volk, als een soort geestelijk foezel waarin de slaven van het kapitaal hun menselijk aangezicht en hun aanspraken op een ook maar enigszins menswaardig manier bestaan verzuipen.” 

Dit zijn uitspraken die toebehoren aan ongelovigen zoals Karl Marx en de russische revolutionair Vladimir Lenin. Zij geloven noch in profeten, noch in Allah. Volgens hen is de godsdienst een opium, een middel dat de mens zelf heeft gecreeërd om zich zelf in een roes te helpen voor wie het leven ondraaglijk zou zijn. Lenin meent dat religie door de uitbuitende bovenklasse wordt gebruikt om de onderklasse te onderdukken. De welgestelden kunnen zo heersen over de armen, de onderdrukkers over onderdrukten en de leiders kunnen zich laten gelden door te manipuleren. 

Het heeft geen zin om hierover te discussiëren, want deze uitspraken worden gevoed door invloeden vanuit de materialistische filosofie.  Er zijn duizenden bewijzen die dergelijke veronderstellingen en beschuldigingen ontkrachten. Door te kijken naar een aantal criteria van de islam, dat een universeel godsdienst is, kunnen we dit onderwerp toelichten: 

1. In deKoran wordt er herhaaldelijk op gewezen dat blasfemie (kwaadspreken van Allah) duisternis is en geloofsbetuiging verlichting is. Dit komt op het volgende neer:  wie de islam volgt, verkeert in een staat die hen mogelijk stelt mentaal en emotioneel de waarheid in te zien. Dit kan niet gezegd worden over ongelovigen. Eigenlijk is niet de godsdienst een opium, maar het ongeloof. 

2. Volgens deİslam is elke bezigheid dat nuttig is voor de mensheid een geloofsbelijdenis (het uitdrukken van het geloof) en wordt men daarvoor beloond in het hiernamaals. Kan een godsdienst die het volgende advies geeft als een opium beschouwd worden: “Zelfs als de Dag des Oordeels aanbreekt, plant een boom als je nog de kans hebt.” Want bomen produceren zuurstof en beschermen de aarde. We kunnen genieten van zijn vruchten, zijn schaduw als het te warm is onder de zon… Ongelovigen hebben geen geloof in het hiernamaals en worden niet aangespoord tot handelingen die het eigenbelang overstijgen. Welke is dan een opium? 

3. De islam nam sinds haar ontstaan de armen en zwakken in bescherming. Door de regularisatie van de aalmoes werden welgestelden verplicht een bijdrage af te staan aan de armen. Degenen die stierven terwijl ze de rechten van de onderdrukten verdedigden of hun bezittingen beschermden, worden als martelaar beschouwt. Elke vorm van onrecht, despotisme (regeringsvorm waarbij één persoon de macht heeft) en onmenselijkheid worden ten strengste veroordeeld door de islam. Is dit een opium ten opzichte van het atheïsme waar eigenbelang tot schanddaden leidt? Het geloof in het hiernamaals, waar goede daden worden beloond, ontbreekt in het atheïsme. Hierdoor creëer je alleen egoïsme en onverschilligheid. 

4. De geschiedenis van de mensheid toont hoe beide -godsdienst en ongeloof- van elkaar af staan: De godsdienst heeft profeten als Abraham, Mozes, Jezus en Mohammed voortgebracht. Zij predikten allen om mensen te helpen, om meedogend en vredelievend te zijn voor elkaar. Moord werd door hen ten strengste veroordeeld: “Eén persoon onterecht doden is als de gehele mensheid doden.” Figuren als Abel (moordenaar), meedogenloze farao’s en andere wrede leiders die honderdduizenden doden op hun geweten hebben zoals Lenin, Stalin, Mao en contemporaine despoten waren ongelovig. Welke is dan een opium?

5. Een godsdienst toont met duizenden voorbeelden (mirakels en bewijzen) aan dat het van Allah afkomstig is. De gelovigen hebben de geruststelling dat er een hiernamaals is en hierdoor hebben ze geen doodsangst meer. Hiertegenover staan de niet-gelovigen; die het leven niet serieus nemen, die verward zijn door allerlei afleidingen, geneugtes en verslavingen. Het ontbreken van een godsdienst tekent deze mensen met het besef van een steeds naderende dood, het onmenselijke beeld dat je alleen maar wegrot onder de grond.  Als we op het vlak van moraliteit, levensvreugde en levensbesef vergelijken, lijkt dan het ontbreken van een godsdienst niet veel meer op een opium?

6. Het is de godsdienst zelf die de onderdrukten en zwakken beschermt en hun rechten verdedigt. Het heeft de onderdrukking ten tijde van dictaturen beëindigd, zelfs heerschappijen van farao’s vernietigd. Iedereen die de waarheid begrijpt van de ongeschonden godsdienst die Allah heeft gezonden, zal inzien dat niet de godsdienst maar het ontbreken ervan een opium is.