Een vis kan in het water de richting op die hij wil maar deze vrijheid is beperkt door de zee. Het is hem verboden buiten de zee te komen. Voor hem is het oerwoud en droog land verboden een terrein. Dat deze vrijheid wordt beperkt, is voor hem geen nadeel maar een voordeel.

Volgens de islam is de ‘zee van de mens’ het halal (toegestane) domein. “Het halal gebied is ruim, het is genoeg voor de voldoening. Er is geen behoefte om het haram (niet toegestane) domein binnen te treden.”((1 

Met de voorwaarde dat de mens in dit halal domein blijft, kan de mens doen wat hij wil en volgen wat zijn hart begeert. Maar het domein erbuiten is een hels terrein.

Zodoende kan vrijheid als volgt beschreven worden: “Vrijheid is de mogelijkheid om tussen de halal en haram domeinen te kiezen, en hiermee resulterend dat men het pad van de hel of hemel bewandelt.”

Een dienaar is niet vrij. Dit kan ook niet. Een slaaf heeft niet eens vrijheid en het dienaarschap gaat veel verder dan een slaaf. Dat we niet beschikken over een ultieme en grenzeloze vrijheid kunnen we aan onszelf als volgt duidelijk maken: kan een mens horen met zijn handen, ruiken met zijn ogen of zien met zijn oren? Neen. Kan een mens onthouden met zijn verstand, begrijpen met het hart en liefhebben met het geheugen? Het antwoord is weer neen. 

Dit betekent dus dat een mens ieder orgaan en gevoel gepast hoort te gebruiken. Er is iemand die de mens heeft gecreëerd, zijn organen op gepaste wijze heeft geplaatst, de geest op een onbegrijpelijke wijze beheert en ieder gevoel verschillende taken laat uitvoeren. Er worden twee gebieden geopend voor de organen en gevoelens: halal en haram gebieden.

Met zijn voeten kan hij lopen waar hij heen wil, met zijn ogen kijken naar wat hij wil, zijn verstand op iedere manier gebruiken zoals hij het wil en zijn geheugen kan hij vullen met wat hij wil. Ieder van deze schatten, bevelen zijn verstand en geweten: “Jij kunt ons niet gebruiken zoals jij het wil! Jij behoort je wil op de juiste manier te gebruiken en ons te gebruiken naar ons eigenlijke doel!” De vrijheid die aan de wil van de mens wordt toegekend, wordt jammer genoeg op een verkeerde manier gebruikt. Terwijl de mens heel goed weet dat hij geen recht van tegenspraak heeft tegenover zijn vader, bevelhebber en land, hoe kan het dan dat hij denkt vrij te zijn tegenover zijn Beheerder, Schepper, Eigenaar?

Een grote geleerde van deze eeuw benadrukt een zeer belangrijk punt omtrent vrijheid als volgt: Omdat sommige zedelozen en respectlozen niet vrij willen leven, willen ze in de verachtelijke gevangenschap van hun slecht-willend ego treden.” 2 Een persoon die beweert vrij te zijn en doet wat zijn hart begeert, is waarlijk een gevangene van zijn ego. 

Zijn ego beveelt hem het slechte en hij volgt dat bevel onvoorwaardelijk op. Deze gevangenschap is een verachtelijke gevangenschap. Een persoon die een geleerde volgt en een ander persoon die in de dieverij actief is, lijken op het eerste gezicht hetzelfde te doen: beiden volgen ze bevelen op. Echter het eerste bevel is een grote eer; het resulteert in kennis en wetenschap. Maar het tweede bevel is een verachting; het resulteert in leed en gevangenschap.


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. Bediuzzaman Said Nursi, Risale-i Nur – Boek: Sözler (De Woorden).
  2. Bediuzzaman Said Nursi, Risale-i Nur, Toespraak in Damascus.