De Koran verklaart dat we allemaal sektarisch zijn ontstaan om zo tot bij elkaar te komen en de banden en relaties onderling te versterken. De verschillen tussen mensen zijn volgens de islam niet de oorzaak van een maatschappelijk probleem, maar juist de oplossing. En uit alle verschillende soorten mensen wordt niemand veroordeeld want de maatstaf om de beste te zijn in een maatschappij hangt van de mate van godsbewustzijn af:

“O mensen, Wij hebben jullie uit een man en een vrouw geschapen en Wij hebben jullie tot volkeren en stammen gemaakt opdat jullie elkaar zouden kennen. De voortreffelijkste van jullie is bij Allah de godvrezendste. Allah is wetend en welingelicht.”1

De Profeet Mohammed (vrede zij met hem) beveelt:

“Er zit welwillendheid in het goed doen en goed behandelen van elk levend wezen.”2

Hiermee moedigt hij iedereen –gelovig of niet– aan om elk levend wezen goed te behandelen. 

De Koran zegt: 

“Allah verbiedt niet dat jullie hen die niet wegens de godsdienst tegen jullie gestreden hebben en die jullie niet uit jullie woningen verdreven hebben, met respect en rechtvaardig behandelen. Allah bemint hen die rechtvaardig handelen.”3

De islam behandelt alle mensen gelijk. Discriminatie tussen moslims en niet-moslims is niet toegestaan. Het is de plicht van een moslim om het geloof (ook als dit niet islam is), de eer, het verstand, bezit en leven van al de mensen te beschermen. 

De Profeet Mohammed (vzmh) zegt in een uitspraak:

“In een Islamitisch land waar er in vrede wordt geleefd kan een mens die een niet-moslim vermoord niet in het paradijs geraken.”4

Ook niet-moslims hebben recht op een menswaardig bestaan. Deze eer betreft de mens als mens, ongeacht hun overtuiging, kleur of ras. Het is daarmee verplicht de waardigheid van mensen te respecteren, of zij nu moslim zijn of niet. Een voorbeeld van dit respect voor de waardigheid van mensen kan gevonden worden in het gedrag van Profeet Mohammed (vrede zij met Hem), in een overlevering:

“Toen een dag een begrafenisstoet voorbij de Profeet Mohammed (vzmh) trok, stond hij op. Zijn metgezellen zeiden tegen hem: “Het is de begrafenis van een jood”. Hij (vzmh), antwoordde door te zeggen: “Is hij niet ook een ziel?”5

Alle mensen hebben gevoelens en emoties en daar dienen we respect voor te tonen. Ook is het hun recht dat hun eer niet bezoedeld wordt en dat discussies met hen plaatsvindt op de meest eerwaardige manier. 

Uit deze uitspraken en verzen leiden wij het volgende af:

  • Iedereen is vrij op vlak van geloof en aanbidding. Ze kunnen aanbidden zoals ze het willen. De kruisen en tempels zijn toegestaan. Een vrouw van een moslim mag naar de kerk en de synagoge gaan. Haar man kan dit niet afkeuren. Desnoods kan hij met haar mee ter bescherming indien nodig.
  • Wat volgens ons geloof verboden is voor moslims, onder andere het eten van varkensvlees, geldt enkel voor ons.
  • Discussies kunnen plaatsvinden, enkel en alleen als dit op een eerwaardige manier plaatsvindt

“Twist met de mensen van het boek slechts op de beste manier, behalve met degenen onder hen die onrecht plegen, en zeg: "Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie is neergezonden. Onze Allah en jullie Allah is één. En wij geven ons over aan Hem."6

  • Het is toegestaan om voedsel van christenen en joden te eten en met hun vrouwen te trouwen

“Heden zijn aan jullie de goede dingen toegestaan. Het voedsel van hen aan wie het boek gegeven is, is aan jullie toegestaan en jullie voedsel is aan hen toegestaan en ook de eerbare vrouwen onder de gelovigen en de eerbare vrouwen van hen aan wie voor jullie tijd het boek gegeven is, als jullie haar in eerbaarheid en niet in ontucht haar loon geeft en zonder minnaressen te nemen. Maar wie het geloof verzaakt, diens werk blijft vruchteloos en in het hiernamaals behoort hij tot de verliezers.”7

  • De islam moedigt ons aan om niet-moslims te bezoeken en de toestand van de zieken na te vragen.
  • Het is een mooi gelegenheid om tijdens het offerfeest het vlees te delen met niet-moslims
  • Als laatst is het ook toegestaan om geschenken uit te wisselen.


 

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, Al-Hujurat (De binnenste vertekken) 49/13.
  2. Hadith, Sahih Bukhari 379.
  3. De Heilige Koran, Al-Mumtahinah (De vrouw die ondervraagd werd) 60/8.
  4. Hadith, Sahih Al-Bukhari, Cizye 5.
  5. Muslim, Al-Janaa'iz (De Begrafenis), 78/1596.
  6. De Heilige Koran, Al-Ankabut (De spin) 29/46.
  7. De Heilige Koran, Al-Ma-idah (De tafel) 5/5.