Het dragen van een hoofddoek (hidjab) is een gebod van Allah. Na de openbaring van het gebod is het van belang hoe de metgezellen van profeet Mohammed er uitvoering aan gaven. Want de eerste wijze van toepassing is belangrijk. Dit is namelijk het uitgangspunt waarop men een hoofddoek dient te dragen opdat niemand het anders kan voordoen dan dat het is. Aan de hand van de volgende verzen uit de Heilige Koran is te zien hoe het bedekken begonnen is:

“En verblijf in jullie huizen en toon jullie schoonheid niet zoals in de eerdere (dagen van) onwetendheid (werd gedaan) (…) 1

“(…) en (dat zij) hun schoonheid niet (moeten) onthullen, behalve datgene wat daar zichtbaar van is. En (laat) hen hun (hoofd)sluiers (d.w.z. hun hidjabs) over hun kraagopening (d.w.z. over hun hals en borst) heen slaan en niets van hun schoonheid onthullen (…).”   2

  Na openbaring van dit vers vertelt Aisha hoe de vrouwen van de metgezellen dit in de praktijk hebben gebracht: ‘’Moge Allah de eerste vrouwelijke Muhajirun zegenen (emigranten die verhuisden van Mekka naar Medina). Zodra het vers werd overgeleverd, hebben zij van hun rokken hoofddoeken gemaakt.’’   3

Safiyye binti Seybe (metgezel van profeet Mohammed) vertelt over dit onderwerp als een herinnering die ze van Aisha aangehoord heeft: "Wij waren samen met Aisha. We waren aan het praten over de vrouwen van de Quraish (een stamverband, bestaande uit verschillende onderling verwante clans, in Mekka waartoe ook profeet Mohammed behoorde) en hun meerwaarde tegenover andere vrouwen. Aisha zei: "Zonder twijfel zullen de vrouwen van de Quraish een bepaalde meerwaarde hebben. Echter zweer ik in de naam van Allah dat ik niemand heb gezien die het boek van Allah zo aanneemt en zo sterk erin gelooft als de vrouwen van de Ansar (degenen die in Medina onderdak boden en bescherming gaven aan de Muhajirun).” 4

Toen het vers:

“…En (laat) hen hun (hoofd)sluiers (d.w.z. hun hidjabs) over hun kraagopening (d.w.z. over hun hals en borst) heen slaan…” 5

Geopenbaard werd, keerden de mannen terug naar huis en lazen deze vers voor aan hun echtgenoten, dochters, zussen en verdere familie. Zo hebben de vrouwen, al gelovend in Allah en Zijn heilige Boek, van hun rokken hoofddoeken gemaakt.

De volgende ochtend stonden de vrouwen achter profeet Mohammed voor het ochtendgebed, mét de hoofddoeken om hun hoofd. 6

Aisha was erg gevoelig als het om de versluiering ging. Ze waarschuwde vrouwen die zich niet bedekten zoals het hoorde. Op een dag werd een recent getrouwd meisje met een dunne hoofddoek naar haar gebracht. Aisha zei: "Een vrouw die in de soera An-Noor gelooft, bedekt zich niet op deze manier.”  7

Profeet Mohammed geeft Aisha’s zus als voorbeeld over het gebod omtrent de toepassing van de hoofddoek. Op een dag kwam Asma (zus van Aisha), de dochter van Aboe Bakr (Eerste kalief na het overlijden van de profeet), met een kleding van dunne stof voor de profeet. Mohammed wendde zijn gezicht af en zei het volgende:

“Asma! Het is duidelijk dat wanneer een vrouw de puberteit bereikt, het niet toepasselijk is dat deze en die lichaamsdelen van haar gezien worden". Toen de profeet dit zei, wees hij naar zijn handpalmen en gezicht. 8

Asma droeg de hoofddoek ook in de verdere leeftijden zoals de profeet het haar had uitgelegd. Moenzir bin Zoebeyr had vanuit Irak haar een jurk gestuurd. Asma voelde aan de jurk en zei: "Breng dit terug naar hem!" Moenzir zei hierop: "Mijn moeder, deze stof is niet dun, waarom accepteer je het niet?" Hierop zei Asma "Klopt, het is niet dun, maar ze laat wel de vormen van het lichaam zien.”

Bronnen, noten en referenties

  1. De Heilige Koran, Al-Ahzab (De Partijen) 33/33
  2. De Heilige Koran, An-Nur (Het Licht) 24/31
  3. Hadith, Sahih Al-Bukhari, Tafsir 29/2
  4. Hadith, Sahih Al-Bukhari, Tafsir 29/2
  5. De Heilige Koran, An-Nur (Het Licht) 24/31
  6. Hadith, Abu Davud, Libas 29
  7. Hadith, Al-Kurtubi 14/157
  8. Hadith, Abu Davud, Libas 31