Allereerst dient men het doel te weten achter de schepping van de mens.

Profeet Mohammed  zegt:

“Ik was onbefaamd en ongekend, door te scheppen heb ik mijn bestaan
willen bekend maken.”1

Allah (de Verhevene) zegt:

“Ik heb de djinns en de mensen geschapen enkel om Mij te aanbidden”2

Wanneer je kennis hebt over het doel waarom Allah de schepping heeft geschapen, heb je antwoord op vele twijfelachtige zaken. Een van deze zaken is de illusie dat Allah de mens heeft geschapen alleen maar om een deel van het paradijs te doen binnentreden en anderen de hel te laten binnentreden. Dit is een onjuiste gedachte, want dit is niet het doel waarom Allah de mensheid heeft geschapen.

Allah heeft de mens gezond verstand gegeven en Hij heeft tot hen Boeken neergezonden en profeten gestuurd; dit allemaal zodat er voor niemand een excuus tegenover Allah zal zijn op de Dag des Oordeels. 

 

Allah (de Verhevene) zegt: 

"Wij zonden boodschappers als brengers van verheugende tijdingen en

als waarschuwers opdat de mens geen excuus tegenover Allah 

zou hebben na (het sturen van) de Boodschappers. 

En Allah is Almachtig, Alwijs."3

Vervolgens kunnen we ons in de mens zelf verdiepen om het doel van de schepping van de mens beter te kunnen begrijpen.

De twee meest kenmerkende eigenschappen van de mens zijn armoede en zwakte.
De mens is arm en afhankelijk van behoeftes. Om te zien heeft hij de zon nodig, om zich te voeden heeft hij eten en drinken nodig, om zich te kleden heeft hij planten en dieren nodig, om te overleven heeft hij het hele universum nodig. De mens is zwak en machteloos. Hij is zo zwak en machteloos dat hij zijn behoeftes niet kan vervullen. Hij kan de zon niet creëren of controleren die ervoor zorgt dat hij zonlicht en warmte krijgt. Dit geldt ook voor de planten en dieren.

Ondanks dat de mens arm en zwak is wordt hij in al zijn behoeften voorzien. Dit wijst op een Alwetende, Alziende en Alhorende Voorziener. Een van de doelen achter de schepping van de mens is het leren kennen van Allah door zich te houden aan deze voorgestelde regels en gebruik te maken van de eigenschappen die aan hem zijn gegeven. 

Dus: het inzien van zijn armoede en zwakheid en hiermee de Vrijgevige te bewonderen en in dankbetuiging zichzelf aan Hem te onderwerpen en hem te dienen.

De Schepper die de mens voorziet in al zijn behoeften heeft de mens uitgerust met eigenschappen waarmee Zijn schone namen te begrijpen zijn. Het bewustzijn, redeneringsvermogen, verstand en vrije wil zijn bijvoorbeeld de belangrijkere eigenschappen die niet alle wezens hebben. Door gebruik te maken van deze eigenschappen is het mogelijk om Zijn namen te begrijpen (bijvoorbeeld ‘De Alwijze’). 

Door deze naam goed te bestuderen is het mogelijk om te zien, dat al hetgeen wat in dit universum is geschapen,  geschapen is met wijsheid. Op deze manier kan uit alles wat geschapen is kennis vergaard worden over de barmhartige Schepper. Het is duidelijk te zien dat de Schepper de mens goed is gezind, barmhartig is en dat Hij zich door middel van Zijn werken wil laten zien en laten kennen. Een aantal behoeftes zoals geluk, voldoening, genot, doel en vervolmaking worden pas optimaal vervuld bij het leren kennen van Hem. 

Daarnaast heeft Hij de mensheid een waarschuwer, inlichter (profeet Mohammed vrede zij met Hem) en een leidraad (de Koran) gestuurd waarin Hij verkondigt dat mensen niet zonder redenen zijn geschapen, dat er regels zijn waar de mensen zich aan dienen te houden, dat alleen het pad die Hij ons wijst ons tevreden kan stellen, onze waarde bij Hem kan verhogen en dat alle andere paden ons alleen maar zullen kwellen.

Vanuit dit perspectief is de reden achter de schepping van de mens het leren kennen van Allah en zich volgens deze kennis te gedragen. De schepping van de mens is een eer, recht en zegening ten opzichte van andere wezens. De schepping van de mens komt dus niet voort uit een behoefte, maar mede door een wens van Allah om zichzelf aan de mens voor te stellen. 

Dit wordt verwezenlijkt door Zijn schone namen en eigenschappen waar te laten nemen door het verstandsoog van de mens, die zodanig is geschapen dat het deze namen en eigenschappen kan herkennen en er voldoening uit kan halen.


 

 

Bronnen, noten en referenties

  1. Hadith-kudsi, Acluni, Keshfu’l-Hafa, 132.
  2. De Heilige Koran, Adh-Dhariyat (De Schiftende Winden) 51/56.
  3. De Heilige Koran, An-Nisa (De Vrouwen)  4/165.